Anita Venema werkt bij de ‘front office’ van Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland. Leerkrachten en ib’ers die zich zorgen maken over mogelijke kindermishandeling of huiselijk geweld, kunnen Anita of haar collega’s laagdrempelig bellen om te overleggen. Anita vertelt in dit interview meer over de verschillende vormen van kindermishandeling en welke rol de school kan pakken. Uit welke stappen bestaat de Meldcode?
Aandachtfunctionaris en basiskennis
In elke klas in Nederland zit gemiddeld één kind dat thuis te maken krijgt met mishandeling, verwaarlozing en/of huiselijk geweld. Deze schrikbarende cijfers maken duidelijk waarom het zo belangrijk is dat scholen de nodige kennis en kunde in huis hebben over de vele vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is wenselijk dat elke basisschool een ‘Aandachtfunctionaris Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’ heeft, een belangrijke gesprekspartner voor leerkrachten die zich zorgen maken.
‘Signaleren is de eerste stap van de Meldcode. Ik hoop dat er op elke school basiskennis is en dat leerkrachten ook voorgelicht worden over wie ze kunnen benaderen. Als scholen hun leerkrachten ook trainen in deze materie, hebben we echt een mooie basis om goed samen te werken.’
Luisteren naar onderbuikgevoelens
Het is moeilijk om een afgebakend lijstje te maken van dé signalen die wijzen op kindermishandeling of huiselijk geweld. Zo is het niet meteen verontrustend als twee kleuters hun broek laten zakken en elkaars geslacht bekijken, deze nieuwsgierigheid is normaal in hun ontwikkelingsfase. Anita definieert zorgwekkende signalen daarom vrij breed: je ziet en voelt dat wat er gebeurt behoorlijk afwijkt van wat ‘normaal’ is. En je onderbuikgevoelens vertellen je dat er meer aan de hand kan zijn.
‘Ik zal nooit zeggen dat je blind moet varen op je onderbuikgevoelens. Maar het is wel heel belangrijk om ernaar te luisteren en ze vervolgens te delen met anderen.’
Signalen bespreken
Stap twee van de Meldcode is dat je als leerkracht of ib’er de kleine of grote signalen die je opvangt, ook bespreekt met anderen. Zie je bijvoorbeeld terugkerende blauwe plekken op ongebruikelijke plaatsen, vraag dan aan je collega’s of hen dit ook is opgevallen. Is er mogelijk meer aan de hand? Anita vult aan dat zij en haar collega’s bij Veilig Thuis paraat staan om mee te denken. De telefoon bij Veilig Thuis is 24/7 bereikbaar.
‘Kindermishandeling is niet het vakgebied van de leerkracht, maar de school heeft wel een belangrijke signalerende taak. Veilig Thuis denkt graag mee, adviseert en ondersteunt. De drempel is laag, je kan ook bellen als je meer informatie wil inwinnen. Anoniem bellen kan ook.’
Met de ouders praten?
Is het verstandig om met de ouders te praten als je je zorgen maakt? Het antwoord is bijna altijd ‘ja’. Daarom is een gesprek met de ouders en/of het kind stap drie van de Meldcode. Je kan als leerkracht veel bespreken met de ouders. Deel met een open houding hoe het in jouw ogen met het kind gaat en vraag om een reactie en ander perspectief van de ouders. Vaak geven ouders, en de kinderen zelf, al veel aanvullende informatie die helpt om het gedrag van het kind te duiden.
‘Als je merkt dat de informatie van de ouders of het kind niet strookt met wat je zelf ziet, dan is het sowieso slim om ons even te bellen. We kunnen ook na een gesprek met de ouders weer samen het gesprek evalueren. Stap vier is de ernst van de situatie inschatten.’
Vrijwillige hulpverlening
Er zijn vele vormen van kindermishandeling, van verwaarlozing tot fysiek, emotioneel of seksueel geweld. Komt een kind structureel te laat op school, ziet hij of zij er onverzorgd uit? Of is het broodtrommeltje opvallend vaak vergeten? Deze signalen kunnen wijzen op verwaarlozing. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor wat er speelt, maar niet alle signalen hoeven te leiden tot een officiële melding bij Veilig Thuis. Stap vijf houdt in dat je beslist wat nodig is: een melding maken of hulp inschakelen. Vanuit vrijwillige hulpverlening is vaak veel mogelijk om de ouders en kinderen te helpen.
‘Stel: een alleenstaande moeder is depressief is en slaagt er niet in om haar kinderen op tijd op school te krijgen. Je kan dan als leerkracht of ib’er samen met de moeder op zoek gaan naar passende hulp, bijvoorbeeld bij de huisarts, het OKT of in het eigen netwerk van moeder.’
Melding als laatste stap
Anita benadrukt hoe belangrijk het is dat onderwijsprofessionals het advies van Veilig Thuis inwinnen. Dit kan dus ook anoniem. Veilig Thuis kan het proces van school ondersteunen en hierin adviseren. In sommige gevallen kan je er samen achter komen dat toch een officiële, schriftelijke melding via de website van Veilig Thuis nodig is. Bijvoorbeeld als de geboden hulp niet voldoende blijkt of als er ernstig letsel gesignaleerd is.
‘Ingeval er sprake is van een melding word je als melder nog over de formele stappen op de hoogte gehouden: of een melding opgepakt is, of het onderzoek loopt of overgedragen is.’
Advies en ondersteuning
Veilig Thuis heeft als organisatie veel expertise in huis. Er werken zowel vertrouwensartsen als sociaal verpleegkundigen en GZ-psychologen en er zijn meerdere expertisegebieden. Helaas zijn personeelstekorten en wachtlijsten ook bij Veilig Thuis een deel van de realiteit. Juist daarom wil Anita benadrukken hoeveel zij en haar collega’s kunnen betekenen ‘aan de voorkant’, in de adviserende en ondersteunende rol voor scholen.
‘We kunnen ook aanschuiven bij een intern zorgoverleg, of een overleg met de ouders. Het is het fijnst als we in alle openheid kunnen bespreken welke hulp het meest gewenst is. De beste weg naar hulp ligt open als betrokkenen zich gezien en gehoord voelen. Door goede samenwerking kunnen we die wegen vaker samen bewandelen.’
Veilig Thuis is 24/7 bereikbaar op het nummer 0800 – 2000
Interview door:
Marie Meeusen