Speciaal (basis)onderwijs

Om een idee te hebben over welke vorm van onderwijs het best bij een leerling past (én om ouders hierover te kunnen informeren), is het belangrijk dat je kennis hebt van de verschillende vormen van speciaal (basis)onderwijs. Lees hieronder meer over de verschillende vormen en de toelaatbaarheidsverklaring.

Speciaal basisonderwijs

Het speciaal basisonderwijs (SBO) is een speciale vorm van onderwijs, op een paar punten anders dan het reguliere basisonderwijs. 

Speciaal onderwijs

Het speciaal onderwijs is een intensievere vorm van gespecialiseerd onderwijs en kunnen we opdelen in vier ‘clusters’.

De toelaatbaarheidsverklaring

Met een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) heeft een leerling toegang tot het speciaal onderwijs op speciaal basisonderwijs.

Speciaal basisonderwijs

Het speciaal basisonderwijs (SBO) is de speciale vorm van onderwijs die het meest lijkt op het regulier basisonderwijs. Het is op een paar belangrijke punten anders:

  • De klassen zijn kleiner dan in het regulier basisonderwijs: met maximaal 16 kinderen.
  • De leerlingen op het speciaal basisonderwijs krijgen meestal langer de tijd en meer herhaling om de lesstof de begrijpen.
  • Op het speciaal basisonderwijs werken de leerlingen zoveel mogelijk op hun eigen niveau en geldt er een algeheel lager aanspreekniveau.
  • Er wordt meestal meer structuur geboden dan op het regulier onderwijs.

Klik hieronder voor een overzicht van alle scholen voor speciaal basisonderwijs in Amsterdam.

Speciaal onderwijs

Naast het regulier onderwijs en speciaal basisonderwijs bestaat er een intensievere vorm van onderwijs: het speciaal onderwijs (SO). De klassen bestaan uit maximaal 12 leerlingen.

Het speciaal onderwijs kunnen we opdelen in vier ‘clusters’. Het cluster 1 en 2 onderwijs hebben hun eigen toelatingscommissies. Toelating gaat niet via het SWV. Voor toelating op het cluster 3 en 4 onderwijs is betrekken van het SWV noodzakelijk.

Cluster 1:
Voor kinderen met een visuele beperking; die blind of slechtziend zijn.

Dit type speciaal onderwijs (‘cluster 1’) valt niet onder ons samenwerkingsverband (landelijke indicering).
Stichting Visio verzorgt de toelaatbaarheidsverklaringen voor het speciaal onderwijs voor kinderen die blind of slechtziend zijn. 

Cluster 2:
Voor kinderen met een auditieve beperking of taalontwikkelingsstoornis

Ook dit type onderwijs (‘cluster 2’) valt niet onder ons samenwerkingsverband. 
Stichting Simea verzorgt de toelaatbaarheidsverklaringen voor het speciaal onderwijs voor kinderen die doof of slechthorend zijn of een spraak-/taalstoornis hebben. 

Cluster 3:
Voor kinderen die langdurig ziek zijn, een lichamelijke beperking hebben, meervoudig gehandicapt zijn of zeer moeilijk leren

Deze vorm van speciaal onderwijs (‘cluster 3’) valt wél onder ons samenwerkingsverband en maakt onderscheid tussen vier verschillende typen:

  • kinderen die langdurig ziek zijn (LZ)
  • kinderen met een lichamelijke beperking (LG)
  • meervoudig gehandicapte kinderen (MG)  
  • kinderen die op zeer moeilijk lerend niveau functioneren (ZMLK)

Cluster 4:
Voor kinderen die moeite hebben op sociaal-emotioneel gebied of met gedrag

De laatste vorm van speciaal onderwijs (‘cluster 4’) is ook onderdeel van ons samenwerkingsverband. Het bestaat grofweg uit twee verschillende vormen.

  • De PI-scholen. Dit zijn scholen voor kinderen die veel moeite hebben om in een groep te functioneren. Deze kinderen hebben elk een individuele aanpak nodig. Vooral op het gebied van hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Ze hebben veel behoefte aan structuur en verduidelijking van wat er van hun verwacht wordt.
  • Scholen voor kinderen met ernstige gedragsproblemen. Deze scholen zijn ingericht op het bieden van veel structuur en duidelijkheid. Zij zetten intensief in op gedragsregulatie.

De toelaatbaarheidsverklaring

Het Ondersteuningsteam (OT) stelt de ondersteuningsbehoefte van de leerling vast en zoekt naar een passende oplossing. Het liefst op de eigen school. Het kan ook blijken dat een andere school of een school voor gespecialiseerd onderwijs beter past. Wanneer het Ondersteuningsteam concludeert dat een leerling het best geholpen is met plaatsing op het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs, vraagt de school een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aan. Met de toelaatbaarheidsverklaring (TLV) heeft een kind toegang tot een school voor speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs.  

Er zijn vier toelaatbaarheidsverklaringen:

  • Speciaal basisonderwijs (SBO)
  • Speciaal onderwijs (SO) – bekostigingscategorie laag
  • Speciaal onderwijs – bekostigingscategorie midden
  • Speciaal onderwijs – bekostigingscategorie hoog

Betrekken deskundigen van het samenwerkingsverband bij het OT is noodzakelijk voor een TLV

Het kan zijn dat de deskundigen van het samenwerkingsverband al eerder betrokken waren, maar als er sprake is van een mogelijke verwijzing is die betrokkenheid noodzakelijk. Samen met alle betrokkenen gaat het gesprek aan tafel er dan over hoe het proces van verwijzing eruit kan komen te zien. Ervaring leert dat er soms meerdere gesprekken nodig zijn, maar als het OT gezamenlijk tot de conclusie komt dat de ondersteuningsbehoefte van de leerling het best bediend kan worden op het speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs, dan kan er snel een TLV afgegeven worden.

Het samenwerkingsverband heeft als wettelijke verplichting dat twee deskundigen een uitspraak doen over een aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring. De eerste deskundige is een onderwijsadviseur van het samenwerkingsverband. Zij kijkt vooral mee op de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van de leerling. De tweede is een maatschappelijk deskundige. Deze staat daarnaast de ouders bij in het proces om de ondersteuningsbehoefte helder te krijgen. Het deskundigenadvies wordt voorbereid in het Ondersteuningsteam.

De directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband geeft de toelaatbaarheidsverklaring af na een positief advies van het Ondersteuningsteam en ten minste van de onderwijsadviseur en maatschappelijk deskundige.

Reguliere school heeft zorgplicht tot leerling een plek heeft op gespecialiseerd onderwijs

Kinderen die voor ondersteuning zijn aangewezen op het gespecialiseerd onderwijs, moeten daar zo snel als mogelijk een plek krijgen. Om dit op korte termijn te realiseren kan besloten worden om een deskundige van een gespecialiseerde onderwijssetting aan te laten sluiten bij het OT. Als er plek is, wordt de leerling zo snel mogelijk geplaatst op de beoogde school voor speciaal (basis)onderwijs. Anders zoekt het Ondersteuningsteam naar (tijdelijke) alternatieve mogelijkheden. De verwijzende school houdt zorgplicht totdat de leerling elders is geplaatst. Dit houdt in dat de school tot de plaatsing het onderwijs blijft verzorgen.

Verwijzing naar het gespecialiseerd onderwijs

Denk je aan een verwijzing naar het gespecialiseerd onderwijs en wil je het SWV betrekken bij het Ondersteuningsteam?
Klik dan hieronder voor meer informatie.

Back to top