‘Kinderen hebben goede ideeën over hun Ontwikkelingsperspectief’

Gijs Knol

ib’er op de St. Jozefschool

Gijs Knol is sinds drie jaar ib’er op de St. Jozefschool. Hiervoor werkte hij zeven jaar als kleuterleerkracht op een inclusieve basisschool in Londen. Ook gaf hij les in Singapore.

Gijs Knol start een OPP altijd met een gesprek met het kind en gaat daarna pas met de ouders en andere professionals in gesprek. Hij ervaart veel voordelen aan deze aanpak. Gijs: “Kinderen hebben zelf goede ideeën over ondersteuning en ouders staan zo sneller aan dezelfde kant als wij.”

Hoe vind jij het dat het hoorrecht is ingevoerd?

Heel goed. Het OPP gaat over het kind. Ik vind het daarom belangrijk dat we niet alleen over het kind praten, maar ook mét het kind. Ik heb zeven jaar op een basisschool in London gewerkt. Daar is het onderwijs al volledig inclusief. In Engeland is het gebruikelijk om een OPP gesprek te starten bij het kind, de doelen worden daarbij geformuleerd door onderwijsprofessionals.

Waarom werkt dat goed?

In het begin verbaasde het mij soms ook, maar kinderen weten precies waar ze goed in zijn, waar ze moeite mee hebben en hebben goede ideeën over ondersteuning. 

Hoorrecht

Het hoorrecht is ingegaan op 1 augustus 2025 en geeft leerlingen recht om mee te praten en denken over hun ontwikkelingsperspectief (OPP) en de ondersteuning die zij op school krijgen. Dit betekent dat scholen verplicht zijn leerlingen te betrekken bij het vaststellen, wijzigen en evalueren van het OPP. Ook moeten alle leerlingen hun mening kunnen geven over het ondersteuningsaanbod van de school. Een school heeft hierin een actieve rol.

Door bij het kind te starten, wordt een OPP ook een plan van een kind zelf. Als ik tegen jou zeg: ‘je móet dit en dit doen’, dan roept dat weerstand bij je op. Terwijl als ik je vraag: ‘hoe zie jij het?’, dan ben je meteen een stuk gemotiveerder. Zo werkt dat bij kinderen ook.

Ook een voordeel is dat je op deze manier minder snel tegenover de ouders komt te staan, want ook de ouders ervaren soms weerstand. Door bij het eerste OPP-gesprek het kindgesprek als startpunt te nemen, wordt hen duidelijk dat hun kind zelf een hulpvraag heeft. Zo creëer je een ‘wij’ met de ouders en staan ze sneller open voor ondersteuning.

'Door het kindgesprek als startpunt te nemen, creëer je ook een ‘wij’ met de ouders'

Kritiek op het hoorrecht is dat een kind geen idee zou hebben van mogelijke ondersteuning?

Ik ben het ermee een dat het belangrijk is om kinderen hierin te trainen. Op de St. Jozefschool hebben leerlingen invloed op hun ontwikkeling via Mijnrapportfolio. Kinderen zijn al gewend aan vragen als ‘waar sta je nu?’, ‘waar wil je heen?’ en ‘hoe ga je dat bereiken?’ Daarnaast geef ik een kind altijd voorbeelden van ondersteuning. Als een leerling een OPP heeft voor rekenen, onderzoeken we samen of een rekenrek of een kralenketting helpend kan zijn.

Hebben kinderen waardevolle ondersteuningsideeën?

Ja, wat ik merk is hoe vindingrijk kinderen zijn. Vanuit mijn professie vul ik snel zaken voor hen in. Als ik bijvoorbeeld vraag ‘wie heb jij nodig?’ dan ga ik ervan uit dat een leerling de leerkracht zal noemen. Maar laatst noemde een leerling toen de namen van goede vrienden uit de klas. Of een leerling die met het idee kwam om samen met een maatje te rekenen.

Een leerling die slechthorend is heeft zelf bedacht dat hij toetsen het liefst maakt terwijl hij hardop nadenkt. Dat kan niet in de klas, daarom maakt hij zijn toetsen nu op mijn kamer. Hij behaalt nu veel betere resultaten.

'Een slechthorende leerling bedacht dat hij hardop wil nadenken tijdens een toets. Sindsdien behaalt hij betere resultaten.'

Vertrouwen is volgens jou een voorwaarde om een kind-gesprek te voeren?

Voor een veilig gesprek is het een vereiste dat het kind mij al kent. Ik bouw relaties op met leerlingen door geregeld in de klassen te zijn. Ik maak duidelijk dat iedereen ergens goed in is én ergens minder goed in is; en dat dat dus helemaal niet gek is. En dat ik er ben om kinderen te helpen.

Bij de start van het gesprek draai ik mijn computerscherm naar het kind toe, zodat het kan lezen wat ik opschrijf. Dat creëert rust.

Wat voor vragen stel je?

Ik stel duidelijke en open vragen zoals:

  • Wat vind je leuk op school?
  • Wat wil je leren?
  • Wat vind je moeilijk en waarom is dat moeilijk?
  • Wat en wie heb je nodig; qua materialen en mensen?

Doordat ik een vertrouwensband heb, stel ik hen ook ‘moeilijke vragen’ zoals hoe het bijvoorbeeld gaat met de psycho-educatie. Het creëert namelijk ook rust als een kind weet dat ik weet dat het een diagnose heeft en dat we daarover kunnen praten.

Ook een goede vraag is
: ‘Wat moeten we van jou weten omdat dat belangrijk is?’
Een jongen uit de bovenbouw vertelde: ‘misschien dat ik soms niet oplet.’ Dat is voor mij waardevolle informatie. Dit is een jongen met mogelijk ADD en hij valt niet op in de klas. Als ik weet dat hij niet oplet, begrijp ik waarom het soms niet goed gaat.

Hoe pak je het aan als een kind het lastig vindt om dit soort vragen te beantwoorden?

In Engeland maakte ik filmpjes met leerlingen. Een kind liep door de school en vertelde erover. Zo’n video is ook een mooie start voor een OPP-gesprek (met de ouders en het betrokken schoolpersoneel en eventueel experts) omdat je meteen ziet wie de leerling is en wat er aan de hand is. Bij een kind met een TOS hoor je dat het moeite heeft met praten. Of je merkt dat een kind moeite heeft met vragen beantwoorden of luisteren.

Hoe vaak ga je vervolgens over het OPP met een leerling in gesprek?

Ik heb drie gesprekken met het kind: een start-, tussen- en eindgesprek. Daarbij formuleren we doelen en kijken we samen of deze doelen worden behaald. Het eindgesprek is een evaluatie waarna we kunnen besluiten om nog door te gaan of niet.

'In plaats van een gesprek voeren kan je ook een filmpje met een kind maken'

Wil je in de toekomst ook kinderen in de gesprekken met het Ondersteuningsteam betrekken?

Ik denk dat het goed is dat kinderen bij het begin van het gesprek aanwezig zijn. Dat ze laten zien waar ze goed in zijn, wat ze willen leren en wat ze lastig vinden. Daarna kunnen de ouders, school en andere professionals verder het gesprek voeren – mede omdat ouders vaak iets willen zeggen zonder het kind erbij. Dus ja, het doel is dat kinderen bij het gesprek aanwezig zijn! Hoe mooi is het als je behaalde doelen samen met het kind kunt vieren!

Drie nieuwe OPP-trainingen voor komend schooljaar - meld je aan!

Wil je ook meer inzicht krijgen in de inzet van het OPP? Vanuit het SWV PO Amsterdam Diemen bieden we (gratis) trainingen aan voor Amsterdamse en Diemense ib’ers. Voor het nieuwe schooljaar hebben we drie nieuwe trainingsrondes gepland. Er zijn beperkte plekken, dus meld je gauw aan!

Samengevat

Vijf tips voor hoe je een kindgesprek voert over het OPP

Dit artikel delen

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Legenda

Donkergroen:
loopt goed

Lichtgroen: 
aan het opstarten of wordt met partners uitgebreid

Geel:
moet nog worden opgestart