‘Uitdagingen zien er voor elk kind anders uit’

Onderwijs aan kinderen met kenmerken van begaafdheid

Eleonoor van Gerven werkt al decennia rond het thema (hoog)begaafdheid. Ze promoveerde op het onderwerp en is bijna dertig jaar directeur van haar eigen opleidingsinstituut Slim! Educatief. Daarnaast is ze projectmanager bij het Nationaal Kenniscentrum Hoogbegaafdheid en schreef ze meerdere boeken en publicaties over onderwijs aan begaafde en dubbel bijzondere kinderen. Ook is ze vice-president van de internationale ‘World Council for Gifted and Talented Children’. Genoeg redenen dus om deze expert te vragen naar haar visie op passend onderwijs voor kinderen met kenmerken van begaafdheid!

hbuitdagingen-1

Hart voor onderwijs

Van Gerven startte haar eigen carrière voor de klas, maar koos er al snel voor om weer te studeren. Ze voltooide de opleidingen sociale, wijsgerige én historische pedagogiek en deed aan de Universiteit van Nijmegen historisch onderzoek naar de pedagogisering van het jeugdstrafrecht. In haar onderzoekscarrière verschoof vervolgens de focus naar onderwijs aan kinderen met kernmerken van begaafdheid. Ze ontwikkelde met drie collega’s voor Fontys OSO de opleiding ‘specialist hoogbegaafdheid’ en leidde inmiddels duizenden leraren op. Ze vindt het belangrijk dat actuele kennis ook de leerkrachten bereikt.

‘Het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid heeft een nieuwsbrief die 8-10 keer per jaar verschijnt. Daarop kan elke belangstellende in Nederland zich abonneren om op de hoogte te blijven. In september 2024 lanceren we een tweede deel van onze website. Dit zal het delen van informatie tussen de regionale samenwerkingsverbanden stimuleren.’

Matrix voor specialisten begaaafdheid

Eleonoor van Gerven kijkt het liefst naar de praktijk: wat werkt, wat is haalbaar? Hoe kunnen docenten verder bouwen op wat ze al weten? Hoe kan passend onderwijs voor kinderen met kenmerken van begaafdheid daaraan verbonden worden? Voor haar promotieonderzoek maakte ze een matrix voor specialisten begaafdheidsonderwijs, met maar liefst 25 competenties. Die competenties worden steeds gestoeld met twaalf voorbeelden, zes daarvan gaan over kennis en zes over vaardigheden.

‘Leerkrachten lezen nauwelijks academische literatuur. Ze vinden praktische literatuur prettig, teksten die tonen hoe je in de praktijk handen en voeten kan geven aan competenties. Daarom gebruikte ik in mijn promotieonderzoek een combinatie van wetenschappelijke publicaties én best practices. Ik vroeg de respondenten van mijn onderzoek wat zij de beste voorbeelden vonden bij de competenties.’

Waar sta je als school voor?

De één praat over ‘hoogbegaafde kinderen’, de ander verkiest ‘begaafde kinderen’. Eleonoor van Gerven vindt ‘kinderen met kenmerken van begaafdheid’ de term die deze diverse doelgroep het beste beschrijft. Die verschillen in terminologie tonen al aan hoeveel visies er zijn. Er zijn wel drie grote stromingen in het denken over begaafdheid. Voor van Gerven is het vooral belangrijk dat een school bewust een bepaalde visie kiest en dat die past bij de visie op passend onderwijs van de school. Het gaat over wat werkt in de praktijk, in de context van de school.

‘Wat is goed onderwijs? Hoe zorgen we ervoor dat kinderen met kenmerken van begaafdheid goed en passend onderwijs krijgen? Dat zijn de basisvragen. Of een kind volgens een IQ-test al dan niet hoogbegaafd is, vind ik geen relevante vraag. Het gaat er immers om dat elk kind zich in de breedte kan ontwikkelen, in kracht en talenten én in het overwinnen van drempels.’

Van bewuste onbekwaamheid naar bewuste bekwaamheid

Rond begaafdheid cirkelen nog heel wat misverstanden. Van Gerven wijst op de diverse vormen van begaafdheid, in meerdere domeinen en vakgebieden. Ook vestigt ze in haar werk en publicaties de aandacht op fenomenen als dubbele bijzonderheid en onderpresteren. Het cliché dat alle begaafde kinderen makkelijk leren, doet meer kwaad dan goed. Een kind dat makkelijk leert, heeft in haar ogen dus niets geleerd. Dat kind deed wat het al kon, of vertelde wat het al wist. Bij een leerproces ga je van bewuste onbekwaamheid naar bewuste bekwaamheid. Een leerproces is in alle domeinen mogelijk én op alle niveaus.

‘Leren gebeurt altijd in een context. Als je wil weten hoe een kind tot leren komt, hoe het leerstappen zet die aansluiten bij de educatieve behoeften, moet je dus altijd naar de context kijken. Er is niet één succesformule. Er is telkens een bepaalde groep, een bepaalde leerkracht, in een school met eigenheid, in een bepaalde wijk.’

hbuitdagingen-4

Passend onderwijs is teamwerk

Eleonoor van Gerven gelooft niet in voorschrijven van visies of protocollen. Het is nooit aan buitenstaanders om te beoordelen wat er in een klas, op een school gebeurt en hoe het beter moet. Zij hamert op het belang van een stevige pedagogische driehoek: een goed contact tussen kind, professional én de ouders. Bovendien kunnen we van docenten niet verwachten dat zij er in hun eentje in slagen om passend onderwijs te bieden aan alle individuele leerlingen in een groep. Passend onderwijs is een resultaat van goed teamwerk. In een zwaarbelaste klas kan zelfs een zeer ervaren leerkracht grip verliezen en kopje onder gaan, als er geen stevig team om de docent heen staat.

‘We moeten de dwang van het curriculum en de toetskalender loslaten. Als het curriculum in je nek hijgt, investeer je niet in de pedagogische relatie. En die relatie vormt de basis.’

Investeren in de pedagogische relatie

Een pedagogische relatie kan je ook met kleine handelingen verstevigen. Als je rondgaat even aan elk kind aandacht geven, door bijvoorbeeld een knipoog uit te delen of een duim opsteken. Maar het betekent ook de ruimte voelen om af en toe met de hele klas op de grond te zitten om een boek te lezen of een spelletje te spelen. Ook kinderen met kenmerken van begaafdheid moeten het gevoel krijgen dat ze gezien worden.

‘Als je als overbelaste docent bij het wekelijks nakijken het verrijkingswerk van de rekensterke kinderen overslaat, zullen die kinderen als snel denken dat je niet geïnteresseerd in hen bent. Maar als je een goede relatie met deze kinderen hebt, kan je dit wel uitleggen.’

Welke uitdaging past bij het kind?

Volgens Eleonoor zijn er geen moeilijke kinderen, er zijn hoogstens kinderen waarbij een leerkracht handelingsverlegen is omdat hij of zij er nooit eerder mee te dealen had. Bij moeilijk verstaanbaar gedrag is het belangrijk om te zoeken naar de trigger: is dit het vooruitzicht van Sinterklaas of een verkeerde plek in de klas? Zogenaamd lastige kinderen zijn soms ook gewoon heel betrokken kinderen. Waar jij je schouders bij ophaalt, kan voor een kind de wereld betekenen. Daarom is het zo belangrijk om bij elk kind te onderzoeken waar het aan van gaat.

‘Een uitspraak van dé Nederlandse hoogleraar orthopedagogiek uit de twintigste eeuw, Wilhelmina Bladergroen, is mij al sinds mijn eerste opleiding bijgebleven. Als een kind zich verveelt, wordt het vervelend. Cognitief begaafde kinderen hebben uitdaging nodig, maar uitdaging ziet er voor ieder kind anders uit. Mij hoef je ook niet uit te dagen op een golfbaan.’

Koekjes in thee soppen

Naar moeilijk verstaanbaar gedrag luisteren, het ervaren, analyseren en er vervolgens beter op leren reageren: dit is volgens van Gerven een essentiële competentie van elke leerkracht. Een klassieke fout die gemaakt wordt bij het onderwijs van begaafde kinderen, is dat ze vaak ingezet worden om andere kinderen te helpen. Maar dat is niet de uitdaging die nodig is om het kind bij de les te houden en leerhonger op te wekken. Volgens van Gerven kan je al bij kleuters op een gedifferentieerd niveau aan onderzoeksvaardigheden werken. Met welk koekjes kun je het best in de thee soppen? In wat voor plas kun je het lekkerst stampen? Welk chipje kraakt het mooist? Dat zijn fantastische onderzoeksvragen voor kleuters.

‘Het ene kind wordt al uitgedaagd met het verzamelen van data: koekjes in thee soppen en tegelijkertijd een stopwatch hanteren. Andere kindjes zijn in staat om een onderzoeksvraag en de juiste onderzoekscriteria te formuleren: zij kunnen meer experiment aan. Het loont om bij elk kind te investeren in de relatie. Dat betekent dus ook bepaalde verwachtingen, standaarden en beheersbehoeften loslaten. Elke dag weer.’

Interview door:
Marie Meeusen

Dit artikel delen

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Legenda

Donkergroen:
loopt goed

Lichtgroen: 
aan het opstarten of wordt met partners uitgebreid

Geel:
moet nog worden opgestart