differentierende leerkracht header

‘Traumasensitief onderwijs komt ieder kind ten goede’

Wat zien we als we met een 'traumabril' naar een kind kijken?

Wat schuilt er achter gedragsproblematiek? Wat zien we als we met een ‘traumabril’ naar een kind kijken? Jennie Vader werkt bij Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel (OOadA) als begeleider passend onderwijs en bovenschoolse coach. Sinds ze een training volgde over traumasensitief onderwijs, is ze vastberaden om samen met haar collega’s de kennis hierover een plek te geven op de 22 scholen die onder OOadA vallen.  

Van jeugdhulp naar onderwijs

Jennie studeerde sociaalpedagogische hulpverlening (SPH). Haar carrière startte in de jeugdhulpverlening, waar ze werkte met kinderen met heftige problematiek en met multi-problem gezinnen. Zo’n vijftien jaar geleden maakte ze de switch naar het onderwijs, dé plek om problemen vroegtijdig te signaleren. Ze komt in haar huidige functies in beeld als leerkrachten vragen hebben over kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Als een paar kleine aanpassingen in de dagelijkse praktijk in de klas niet volstaan om het moeilijke gedrag te veranderen, gaat Jennie mee op zoek naar wat wel werkt voor het kind.

‘In de jeugdhulpverlening werd ik vaak laat betrokken, te laat. Dan voelde ik me vaak als een druppel op een gloeiende plaat. Nu mag ik in de klas meekijken en samen met andere betrokkenen, ook de ouders en IB’er en soms de ouder- en kindadviseur, puzzelen. Wat speelt er, wat heeft het kind nodig? Ik kijk voorbij het gedrag naar de oorzaken ervan. Onder andere trauma kan in verschillende gradaties invloed hebben op het gedrag en de ontwikkeling van een kind.’

Kijken door de traumabril

Erachter komen waarom een kind doet zoals het doet en wat het kind nodig heeft: dat is Jennies passie. Bij de gedragsproblematiek die ze op dagelijkse basis ziet, soms met de stempel van ADHD of autisme, stelt ze zichzelf regelmatig de vraag of er mogelijk sprake is van traumatische ervaringen in het jonge leven, die invloed hebben op het huidige functioneren van het kind. Er is in de samenleving steeds meer aandacht voor trauma. Ook in het onderwijs groeit de aandacht voor de effecten van trauma op het leren en gedrag van kinderen. Het is dan ook de ambitie van OOadA om leerkrachten te leren kijken door de zogenaamde ‘traumabril’. Bij Jennie sprong de vonk begin 2022 over. De training van Leony Coppens en de collega’s van Orion die ze toen volgde, maakte een onuitwisbare indruk op haar. 

‘In een filmpje zagen we een boze leerkracht die elke morgen het kind dat steevast te laat komt een tik op de vingers geeft. Tot de leerkracht op een ochtend ziet hoe dit jongetje zijn moeder in een rolstoel naar een verzorgingstehuis duwt. Het filmpje was enigszins karikaturaal, maar de boodschap kwam binnen. Verdiepen we ons als onderwijsprofessional genoeg in wat er speelt? Kennen we de kinderen echt?’ 

traumasensitief onderwijs interview tussenfoto1
traumasensitief onderwijs interview tussenfoto2

Het belang van een veilige basis

Soms komt Jennie in het dossier van kinderen waar leerkrachten vragen over hebben, informatie tegen die vragen oproept. Als de ouders bijvoorbeeld gescheiden zijn, hoe heeft het kind dan de scheiding ervaren? Wat heeft het meegemaakt en gezien? Dat kan relevante informatie zijn om het huidige moeilijke gedrag in de klas te plaatsen. Ouders zijn immers de belangrijkste personen in het leven van een jong kind, om emoties te leren reguleren en veiligheid te bieden.

‘Als een kind valt, pakt mama of papa het op. Als het huilt, wordt het getroost. Bij boosheid leert het kind verwoorden waar die boosheid vandaan komt. Maar kinderen die chronisch zijn blootgesteld aan verwaarlozing of zelfs geweld, kennen geen veiligheidspersonen thuis. Zo’n kind kan erg schrikken als de leerkracht zijn of haar stem verheft. Het kind kan zich terugtrekken en zwijgen (freeze) of de trigger kan zorgen voor externaliserend gedrag (fight).’

Co-reguleren

Traumasensitief onderwijs betekent ook aandacht hebben voor het eigen gedrag van de leerkracht, dat voor een kind een trigger kan zijn. Als het kind de ervaring heeft dat volwassenen niet te vertrouwen zijn, laat het dan ervaren dat jij wel te vertrouwen bent. Vraag je het kind om een foto mee te nemen van de vakantie? Kom daar dan daadwerkelijk de volgende dag op terug. Zo ervaart het kind dat je betrouwbaar en oprecht geïnteresseerd bent. Leerkrachten hebben ook een co-regulerende functie. Er zijn een aantal interventies om een kind op heftige momenten weer rustig te krijgen, bijvoorbeeld een time-in in de klas (een veilig plek, met een knuffel of koptelefoon met mooie muziek) aanbieden, in plaats van bestraffen met een time-out op de gang, wat juist een extra onveilig gevoel kan geven. Tijdig signaleren en het liefst preventief ingrijpen zijn belangrijk, daarvoor moet je als leerkracht de ‘spanningsthermometer’ leren lezen.  

‘Contact is enkel mogelijk als het ijzer koud is. Wanneer het kind getriggerd raakt en overweldigende emoties ervaart, blijft de interne alarmbel rinkelen. Als het kind uit zijn raampje gaat (zijn window of tolerance), werken de verschillende delen van het brein niet meer goed samen. Het kind kan op dat moment niet meer rationeel nadenken, laat staan een redelijk gesprek voeren. Met uitspraken als ‘doe rustig’ of ‘stop met boos zijn’ bereik je een kind dat overstuur is niet. Een time-in bieden werkt dan beter. Co-reguleren betekent ook benoemen dat het kind boos is en zeggen dat het hard op de grond mag stampen om die boosheid te uiten.’

traumasensitief interview tussenfoto 4

Onzichtbare koffer

De training die Jennie en haar collega’s op scholen aanbieden is best intensief, vier dagdelen, én heel populair. Ook de bovenschoolse training was binnen twee dagen volgeboekt. Jennie begrijpt deze populariteit, omdat trauma de interesse van veel mensen wekt. Bovendien helpen de trainingen de leerkrachten om erachter te komen wat ze weten over een kind. En iedereen heeft wel traumatische ervaringen meegemaakt, niemand komt echt ongeschonden uit zijn of haar jeugd. We hebben allemaal een intern alarmsysteem, dat ons bij situaties die we als bedreigend ervaren, laat vechten of vluchten. Ieder van ons draagt een onzichtbare koffer met zich mee, gevuld met ervaringen, overtuigingen en verwachtingen. Al kan het flink schelen hoe zwaar die koffer is.

‘We bieden altijd de ruimte om al dan niet mee te doen. Bij de trainingen is een achterwacht aanwezig, iemand die met je mee kan lopen als emoties hoog oplopen en je er even uit wil. Als mensen dat willen, laten we op voorhand de training inzien. Deze training raakt ons allemaal en vergt integriteit en veiligheid. Het is bijzonder om te ervaren als er gesprekken ontstaan die gaan over hoe veilig professionals zich voelen in het team en of ze steun ervaren.’ 

Ouders betrekken

Jennie vindt het belangrijk om de ouders zo veel mogelijk te betrekken, om hen serieus te nemen en hun zorgen te horen. Ze snapt dat veel leerkrachten het spannend vinden om in gesprek te gaan met ouders, als het vermoeden van trauma leeft. Maar zo’n gezamenlijk gesprek kan heel veel informatie geven. Ook de spanning die voelbaar is aan tafel vertelt boekdelen. 

‘Sommige leerkrachten bieden van nature traumasensitief onderwijs, voor hen is dit allemaal geen rocket science. Maar bewust inzetten betekent professionaliseren. Mijn wens is zoveel mogelijk leerkrachten tools te geven om op een sensitieve manier om te gaan met de gevolgen van trauma in de klas. En dat betekent dat we allemaal bewust omgaan met onzichtbare koffer: dat we weten welke overtuigingen en verwachtingen in onze eigen koffer zitten en dat we oprecht willen begrijpen wat in de koffer van een kind zit.’

Dit artikel delen

Reacties

Leave a Response

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Back to top