Onderwijszorggroepen: kinderen die veel zorg nodig hebben kunnen in eigen wijk naar school

Esther van den Broeke

Projectleider onderwijszorgroepen

Esther van den Broeke, projectleider van de Onderwijszorggroepen (OZG’s) die nu op zo’n twaalf plekken in de stad worden opgezet, met als doel eind 2026 te komen tot twintig plekken.

 

BRON: Geenkinddebuurtuit.nl

Een groot aantal Amsterdamse kinderen die veel zorg nodig hebben en tussen de vier en zes jaar zijn, staan op de wachtlijst voor een plek op een Kinderdienstcentrum (KDC), Orthopedagogisch Dagcentrum (ODC) of een SO-school. Dat betekent dat zij enkele jaren moeten wachten tot er daadwerkelijk een plekje is waar ze zich te kunnen ontwikkelen. Tot die tijd zitten de kinderen vaak thuis, sociaal geïsoleerd, afgesneden van andere kinderen, met alle gevolgen voor hun ontwikkeling van dien. Daarnaast raken ouders vaak ook overbelast en moeten bijvoorbeeld stoppen met werken.

“Het is niet oké dat kinderen van vier tot zes jaar zo lang moeten wachten op een plek waar ze zich wél kunnen ontwikkelen”, zegt Esther van den Broeke, projectleider van de Onderwijszorggroepen (OZG’s) die nu op zo’n twaalf plekken in de stad worden opgezet, met als doel eind 2026 te komen tot twintig plekken. Op een OZG werken een leerkracht uit het SO en een jeugdzorgmedewerker (van Cordaan of Philadelphia) samen in een groep op een reguliere school in de buurt van waar de kinderen wonen, waar ze (op dit moment) drie dagen per week een ontwikkelprogramma krijgen aangeboden. De kinderen staan zowel ingeschreven op de SO-school, die daarvoor een basisbekostiging ontvangt, als bij de aanvullende jeugdhulp. De kinderen vallen onder de experimenteerregeling OZA. “Als de kinderen op de OZG starten, wil dat niet zeggen dat deze kinderen niet alsnog kunnen instromen in het onderwijs. We zien dat ook al gebeuren”, zegt Esther. Wat ze verder wil benadrukken is dat het niet gaat om een tussenvoorziening: “Deze kinderen gaan in principe niet meer naar een KDC. Als ze zich goed op hun plek voelen, blijven ze in een OZG totdat ze twaalf jaar zijn.”

Financiering vanuit zorg en onderwijs

OZG’s hebben vele voordelen: kinderen komen weer in aanraking met andere kinderen, doen mee aan gezamenlijke activiteiten en gaan weer naar school, in hun eigen buurt, waar ze zich kunnen ontwikkelen onder begeleiding van daarvoor opgeleide professionals. Een OZG-plek is goedkoper dan een plek op een KDC. Toch is het ingewikkeld de financiering rond te krijgen. Esther van den Broeke: “We maken gebruik van een incidentele middelen en een combinatie van gelden vanuit de zorg en vanuit het onderwijs. Dit past (nog) niet goed binnen de huidige systemen. Maar we gaan hier als maatschappij wel naar op weg: inclusieve leer- en ontwikkelplekken voor alle kinderen, zo dicht mogelijk bij waar ze wonen.”

Bij de organisatie van een OZG komt veel kijken. Een KDC beschikt over allerlei faciliteiten waarover een reguliere school niet beschikt – zoals een ruimte om kinderen te kunnen verschonen of een ruimte om te kunnen rusten – en ook is er allerlei behandeling toegevoegd aan een KDC, zoals bijvoorbeeld fysiotherapie en logopedie, die op een reguliere school apart georganiseerd moet worden. Of denk aan een lift: vele scholen hebben verdiepingen die zonder lift niet goed te bereiken zijn voor deze kinderen.

Een plek in de eigen buurt

Ook voor ouders heeft een plek in een OZG voor- en nadelen. Op een KDC zijn de kinderen fulltime onder dak, 48 weken per jaar. Een OZG volgt de schoolvakanties en de schooltijden, en is nu beschikbaar voor drie dagen per week. Hopelijk worden dat op termijn meer dagen. Als ouder moet je je kind halen en brengen en de overige dagen zelf voor je kind zorgen. Daar staat tegenover dat je kind een plek heeft in de eigen buurt: een plek waar je kind zich ontwikkelen kan en een schoolomgeving waar jij als ouder onderdeel van bent.  

Naast de drie dagen OZG wordt ook ingezet op ouderbetrokkenheid, bijvoorbeeld door ouders samen met hun kind te laten spelen bij inclusieve speeltuinen of bij de Ontdekplek, die speciaal open is voor kinderen van de OZG, en door koffieochtenden op school te organiseren om ouders met elkaar in contact te brengen. Ook een bijkomend voordeel is dat eventuele broertjes en zusjes ook naar die school in de buurt kunnen.

‘Het gaat om kinderen die ons versteld kunnen doen staan, maar die ook gedrag kunnen vertonen waar we binnen het reguliere onderwijs niet aan gewend zijn’

“Ideaal is het nog niet, maar een OZG is een belangrijke stap voor deze groep kinderen”, zegt Esther van den Broeke. “Het ideaal zou zijn als er in elke wijk een school zou staan waarin zorg en onderwijs worden gecombineerd, afhankelijk van de behoefte van het kind en waarin deze kinderen er ook gewoon mogen zijn, en mee kunnen doen als elk ander schoolkind. Het gaat om kinderen die ons versteld kunnen doen staan, maar die ook gedrag kunnen vertonen waar we binnen het reguliere onderwijs niet aan gewend zijn. Dat vraagt van ons een andere manier van werken: meer vraaggericht, vanuit wat deze kinderen nodig hebben, zodat we deze kinderen ook een kans op school bieden. Dat is de uitdaging die we aangaan op weg naar inclusief onderwijs.”

Dit artikel delen

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Legenda

Donkergroen:
loopt goed

Lichtgroen: 
aan het opstarten of wordt met partners uitgebreid

Geel:
moet nog worden opgestart