Op vrijdag 17 oktober 2025 is het Wereld TOS Dag. Een dag waarop wereldwijd extra aandacht is voor mensen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Tilly Mosch, ambulant begeleider bij VierTaal, deelt deze week daarom een klein presentje uit op de scholen waar zij kinderen met een TOS begeleidt. Vandaag is ze op de Watergraafsmeerse Schoolvereniging.
Tilly overhandigt IB’er Mayke Perquin een blikje MenTOS en bedankt haar voor de fijne samenwerking. Mayke lacht om het woordgrapje. “Bedankt, ik ervaar jou ook als een hele prettige ‘collega’ met wie ik altijd kan sparren.” Tilly begeleidt twee kinderen met een TOS op deze school. “Volgens recent onderzoek heeft vijf tot zeven procent van de kinderen een taalontwikkelingsstoornis. Dat betekent één á twee kinderen per schoolklas, maar een TOS wordt niet altijd gesignaleerd. En dat is zonde, want juist als deze kinderen op jonge leeftijd de juiste hulp krijgen kunnen ze als volwassenen veel beter functioneren,” vertelt Tilly.
Wat is een taalontwikkelingsstoornis?
Een TOS is een neurologische ontwikkelingsstoornis die niet te verklaren is door gehoorproblemen, een verstandelijke beperking, onvoldoende taalaanbod of meertaligheid. In de hersenen van mensen met TOS wordt taal minder goed verwerkt. Dit uit zich in problemen met het begrijpen van taal (taalbegrip), gebruiken van taal (taalproductie) of door een fonologische stoornis (onverstaanbaar spreken en veel klanken verwisselen). Met de juiste hulp en steun leren kinderen en hun omgeving, ermee omgaan.
Waarom wordt het niet altijd gesignaleerd?
Tilly: “Het is relatief onbekend. Er zijn minder kinderen met dyslexie dan met een TOS en toch is dyslexie veel bekender. Daarbij komt dat niet één TOS dezelfde is. Sommige kinderen met een taalontwikkelingsstoornis kunnen wel vloeiend spreken op momenten dat ze een verhaal vertellen over iets wat dichtbij henzelf staat. Maar als je aan zo’n kind vraagt, ‘wat heeft de juf net uitgelegd’ dan kan het daar niets van reproduceren. Bij de één is de stoornis meer verstopt dan bij de ander.” Wel zijn er signalen waar leerkrachten op kunnen letten.
Signalen dat een kind een TOS kan hebben
- Spreekt in korte onlogische zinnen
- Is slecht verstaanbaar
- Is stil en praat weinig
- Kan zich slecht concentreren
- Begrijpt anderen vaak niet
- Lijkt soms niet te luisteren
- Daarnaast hebben kinderen met een TOS relatief vaak motorische problemen
- Veertig tot zestig procent heeft ook sociaal emotionele problemen. Doordat het kind zich niet goed kan uiten kan het vaak boos zijn en ruzie maken
Tilly plaatst hierbij de kanttekening dat ook als een kind een aantal van deze signalen afgeeft, het geen TOS hoeft te hebben. “Een logopedist kan na een reeks behandelingen een TOS-vermoeden vaststellen. Daarna wordt een kind doorverwezen naar Kentalis of NSDSK om met verschillende onderzoeken vast te stellen of een kind echt een TOS heeft. Daarbij wordt uitgesloten dat het niet aan het gehoor of het IQ van het kind ligt.”
Leerkrachten trainen in het signaleren van TOS
Tilly wil leerkrachten ook trainen in het signaleren ervan. IB’er Mayke vertelt: “Toen ik dat hoorde heb ik meteen een cursus bij Tilly ingepland voor onze leerkrachten van de onderbouw. Hoe eerder een TOS gesignaleerd wordt, hoe beter.”
'Gemiddeld hebben één á twee kinderen per schoolklas hebben een TOS, maar het wordt lang niet altijd gesignaleerd.'
~ Tilly Mosch
Ambulante begeleiding: wat is de hulpvraag van de leerkracht?
Kinderen met een TOS kunnen in Amsterdam naar een school van VierTaal of Kentalis, of ze kunnen (en daar gaat de voorkeur naar uit) op hun eigen school blijven en begeleiding krijgen van een ambulant begeleider van een van deze instanties. Tilly vertelt: “Een arrangement heeft doorgaans de duur van een jaar. Ik begeleid niet alleen de leerling, maar juist ook de leerkracht. Ik vraag aan de leerkracht wat zijn hulpvraag is. Ik wil namelijk dat de leerkracht leert hoe hij kinderen met TOS in zijn klas kan begeleiden.”
Het kind leren communicatief zelfredzaam te zijn
Het doel van de begeleiding is om het kind communicatief zelfredzaam te maken; jezelf durven en kunnen uiten. Tilly vertelt: “Dat probeer ik te bereiken door eerst een goede relatie met het kind op te bouwen en daarna samen heel veel te oefenen met praten en ook door middel van psycho-educatie. Ik zeg altijd dat eerst mijn oren naar het kind moeten gaan staan, want kinderen met een TOS zitten vol verhalen, maar kunnen die niet altijd verstaanbaar uiten.”
Nieuwe, blauwe spijkerbroek
Als voorbeeld noemt Tilly een jongetje dat ze eerst niet verstond. “Hij herhaalde telkens dezelfde klanken. Toen begreep ik opeens wat hij bedoelde en ik zei: ‘Oh je hebt een nieuwe blauwe spijkerbroek aan?’ Het jongetje knikte en lachte van oor tot oor.”
In de gesprekken met deze kinderen werkt Tilly met picto’s, ondersteunend tekenen en vertelkaarten. “Ik laat een kind bijvoorbeeld een kaartje zien met daarop een foto van een volledig leeg schap in de supermarkt. Dan zeg ik: ‘Kijk wat ik heb meegemaakt, kom ik in de supermarkt en wat is er aan de hand?’ Kinderen reageren daar vaak heel goed op. ‘Leeg!’ roepen ze. En dan vraag ik, hoe moet dat nu, wat moet ik nou eten? Toen zei een meisje laatst: ’Naar de snackbar!’ Zo daag ik kinderen uit om steeds iets langere verhalen te vertellen.”
Psycho-educatie
Tijdens de begeleiding is het algehele welbevinden van een kind heel belangrijk. Veel kinderen met een TOS vinden het lastig om aansluiting te vinden. Tilly: “Daarom ga ik soms mee het schoolplein op. Als het kind mee wil spelen met een spelletje met anderen, dan gaan we samen oefenen hoe je die vraag stelt.
Met oudere kinderen heeft Tilly het ook over: hoe werkt TOS bij jou? Wat heb je nodig en hoe kun je dat aangeven. Wat kun jij juist heel goed? Soms moedigt ze kinderen aan om zelf een spreekbeurt te houden over TOS in de klas.
Leerkrachten vinden de tips van Tilly ook handig voor taalonderwijs aan de hele klas
Intern begeleider Mayke vertelt dat de leerkrachten op haar school teruggeven dat de tips van Tilly ook heel bruikbaar zijn voor het taalonderwijs aan de overige kinderen uit de klas. Tilly: “Voor kinderen met een TOS is het raadzaam dat een leerkracht rustig praat, ondersteunende gebaren gebruikt en visuele ondersteuning inzet zoals picto’s. Ook is de positie van de leerkracht in de klas belangrijk. Het beste kan hij recht tegenover het kind staan, omdat die anders snel is afgeleid. Laatst vroeg een leerkracht of hij mijn picto’s ook in de klas kon gebruiken voor de andere kinderen. Hij ontdekte namelijk dat de kinderen zo sneller begrijpen wat hij bedoelt.”
'Een leerkracht gebruikt mijn picto’s nu ook in de klas voor de andere kinderen. Hij ontdekte namelijk dat de kinderen zo sneller begrijpen wat hij bedoelt.'
Hoe gaat het verder na de begeleiding van een jaar?
Na een jaar wordt samen met de logopedist, leerkracht, IB’er en ouders gekeken hoe een leerling ervoor staat. Soms wordt besloten om nog een arrangement af te geven. Tilly: “Als een leerling communicatief zelfredzaam is en ook de leerkracht heeft genoeg tools in handen, dan is het gezond om kind en school weer op eigen benen te laten staan.”
Wanneer heeft Tilly een goede dag?
Ik geniet van het contact dat ik met kinderen heb. Zo was er een jongetje dat in het begin bijna niks zei. Toen ik op een dag weer mijn vertelkaartjes voor hem neerlegde op tafel riep hij: “Oh nee mijn botten, alweer die kaartjes.” Dit werd daarna een terugkerend grapje tussen ons. Dan liep ik krom met één hand in mijn zij naar hem toe en riep ik: ‘Oh nee, mijn botten.’ En dan schaterden we het samen uit.”
Tilly vervolgt: “Ik ben nu ruim zes jaar ambulant begeleider bij VierTaal en iedere dag heel blij dat ik één op één mag werken met kinderen met een TOS. Ik vind het telkens weer een avontuur om met een kind te kijken wat het nodig heeft en hoe ik daar ook de leerkracht verder mee help. Zodat we een kind met TOS het beste onderwijs kunnen bieden.”
Vijf tips voor leerkrachten om kinderen met een TOS te begeleiden
1. Praat rustig en duidelijk als je de lesstof uitlegt.
2. Gebruik ondersteunende gebaren om het verhaal te verduidelijken.
3. Maak gebruik van visuele ondersteuning inzet zoals picto’s.
4. Je positie in de klas ten opzichten van een TOS-leerling is belangrijk. Als je recht tegenover het kind staat, raakt het kind het minst snel afgeleid.
5. Verbeter het kind niet steeds, maar ga samen op zoek naar de juiste woorden.