Op 22 juni lanceerden Eva Naaijkens (schoolleider) en Martin Bootsma (leraar en teamleider) van de Alan Turingschool het boek ‘En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven? 2.0’. Een praktisch boek met tips en inzichten voor het verbeteren van de kwaliteit van primair onderwijs. Hoe zet je de HGW-piramide goed in? En hoe zorg je dat zo min mogelijk kinderen uitvallen? Binnenplaats sprak Eva hierover.
De eerste editie van ‘En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven?’ verscheen in 2018. Waarom schreven Martin en jij nu een 2.0 versie?
“Omdat er veel behoefte is aan dit soort praktische boeken. Van de eerste editie zijn 15.000 exemplaren verkocht – een echte hit. De 2.0-editie is voor 80 procent vernieuwd, met nieuwe inzichten uit wetenschap én praktijk die we in de afgelopen zeven jaar hebben opgedaan.”
Wat bedoel je met de titel? ‘En als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven?’
“Dat bedoelen we vrij letterlijk. ‘Kom op mensen, laten we alsjeblieft weer gewoon les gaan geven.’ Als je in het onderwijs werkt, komt er veel op je af. Vragen van ouders, leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, en ondertussen dreig je te verdrinken in administratie. Ook maatschappelijke thema’s belanden steeds vaker op het bord van de school – denk bijvoorbeeld aan de vraag of je als school wilt meedoen aan schoolzwemmen. Het kán zeker waardevol zijn, maar het is en blijft een keuze. En als tijd schaars is, moet je zulke keuzes bewust maken: draagt het écht bij aan goed onderwijs? Hoe zorg je er als schoolleider en team voor dat je je niet door elke golf laat meeslepen? Je kunt jezelf daartegen beschermen door bewust te kiezen waar je wel en niet op instapt.”
Hoe laat je je niet afleiden?
“Werk niet ad hoc, maar planmatig en vanuit een sterke visie. Blijf scherp op je kern: goed onderwijs geven aan kinderen. Stel als team duidelijke prioriteiten en durf nee te zeggen tegen initiatieven die daar niet aan bijdragen. Tegelijkertijd: bereid je goed voor op de thema’s die wél moeten. Een lastig oudergesprek kun je bijvoorbeeld oefenen – dat verkleint de kans dat het misgaat. Maar nog beter is het om ouders al aan de voorkant te betrekken zodat je dat lastige oudergesprek misschien kunt voorkomen. Dat voorkomt veel tijd, misverstanden en gedoe. We laten graag zo min mogelijk aan het toeval over.”
In het boek maak je gebruik van de piramide Handelingsgericht Werken (HGW) die het samenwerkingsverband ook gebruikt. Wat heb je hierin aangepast en waarom?
“In een apart hoofdstuk leggen we uit hoe je deze piramide kunt vertalen naar je eigen schoolsituatie. Hoe beter de basisondersteuning, hoe minder kinderen een beroep hoeven te doen op de extra ondersteuning. De Alan Turing is een voorloperschool wat betreft inclusief onderwijs. Ons doel is dat zo min mogelijk kinderen uitvallen. Dat doe je door de basis goed te maken.”
Hoe zorg je ervoor dat de basis goed is?
“We maken heldere, schoolbrede afspraken. Alle leraren werken vanuit dezelfde vakinhoudelijke, pedagogische en didactische principes. Daarnaast hebben we goed nagedacht over wat we preventief kunnen doen op het gebied van leren en gedrag, om te voorkomen dat kinderen uitvallen. Een deel van onze leerlingen heeft expliciet behoefte aan rust in hun hoofd. Het invoeren van inclusieve werkwijzen – zoals prikkelarme klaslokalen en een schoolbrede aanpak voor gedrag – komt niet alleen hén, maar álle leerlingen ten goede. Het draagt bij aan een meer ondersteunende, overzichtelijke en stimulerende leeromgeving voor iedereen. Dit soort keuzes dragen sterk bij aan rust, structuur én inclusiever onderwijs.”
Interview door:
Elissa Capelle
Op LinkedIn deelde je een hoofdstuk over hoe de Alan Turingschool het nieuwe schoolondersteuningsprofiel (SOP) voor in de schoolgids heeft opgesteld. Waarom heb je hier bijna 1500 likes op gekregen, denk je?
“Het maken van een HGW-piramide en een schoolondersteuningsprofiel (SOP) lijkt misschien eenvoudig, maar zelfs met een voorbeeld van het samenwerkingsverband kan het behoorlijk tijdrovend zijn om het goed aan te passen aan de eigen schoolsituatie. Ik merk dat scholen blij zijn met een praktisch voorbeeld, want vanaf het nieuwe schooljaar verdwijnt het SOP als losstaand document in het passend onderwijs. De informatie over de ondersteuning die een school biedt, neem je dan op in de schoolgids.”
Hoe heb jij het aangepakt?
“Aan het hoofdstuk ‘Zicht op ontwikkeling en begeleiding’ hebben we meer dan een jaar gewerkt. Het is niet alleen een kwestie van iets opschrijven, maar vooral van goed nadenken over hoe de basisondersteuning op school eruit moet zien in de dagelijkse praktijk. Wat zou je kunnen bieden op het gebied van extra ondersteuning? Je moet je afvragen: is het praktisch uitvoerbaar? Kunnen al jouw leraren bijvoorbeeld goed omgaan met leerlingen die angstig zijn? Zijn zij in staat om kinderen met leerproblemen effectief te begeleiden? Passend of inclusiever onderwijs draait niet om één goede leraar of één expert, maar om een team van leraren dat gezamenlijk complexe vraagstukken rondom leren en gedrag willen aanpakken. Al die vragen moet je dus sámen grondig uitwerken.”
Heb je nog een tip voor scholen dit niet weten waar te beginnen?
“Veel leraren raken overbelast door de administratieve druk – vaak het gevolg van wet- en regelgeving. Die druk kun je alleen beperken als je precies weet wat er écht van je wordt verwacht. Ik heb er mijn missie van gemaakt dat mijn leraren kunnen werken met een zo minimalistisch mogelijk administratiesysteem. Dit kan alleen als de kwaliteitszorgcyclus op schoolniveau goed is ingeregeld. Dit voorkomt dat leraren onnodig veel hoeven vast te leggen. We maken gebruik van kwaliteits- en ambitiekaarten én de HGW-piramide. In plaats van uitgebreide groepsplannen brengen wij de ondersteuningsbehoefte van iedere leerling schematisch in kaart. Zo zie je in één oogopslag waar een leerling staat en of een hulpplan of OPP nodig is. Dat houdt het eenvoudig, overzichtelijk en doelgericht — zonder stapels papierwerk. Al deze praktische inzichten delen we met onze lezers.”
Vijf tips om de onderwijskwaliteit op je school te verbeteren
1. Zorg voor stevige basisondersteuning, niet alleen op papier, maar vooral in de praktijk. Zo voorkom je dat leerlingen uitvallen.
2. Blijf bij je kern: lesgeven is je belangrijkste taak – laat je daar niet van afleiden.
3. Werk als school planmatig en gestructureerd: bereid samen goed voor en maak duidelijke, schoolbrede afspraken.
4. Denk en werk preventief. Dat voorkomt frustratie, bespaart tijd en beperkt onnodige kosten.
5. Houd je administratie eenvoudig en doelgericht. Geen enkele leerling leert beter van een uitgebreid document.