In gesprek met bestuurders Joost van Caam, Annette van der Poel en Theo Hooghiemstra
Hoe denken bestuurders over inclusief onderwijs? Welke wegen moeten we samen bewandelen en wat maakt deze wegen zo hobbelig? Van welke mooie voorbeelden kunnen we leren? Joost van Caam, directeur-bestuurder bij het SWV wisselt in dit interview van gedachten met Annette van der Poel, bestuurder bij Stichting Orion, en met Theo Hooghiemstra, bestuurder bij Amsterdam West Binnen de Ring (AWBR).
Iedereen hoort erbij
Annette en Joost kennen elkaar al een tijdje. Ze vormden samen een duo-directie bij Altra. Ze benadrukken allebei dat inclusief onderwijs geen vaag plannetje is dat aan de tekentafels van bestuurders ontstaat of in Den Haag uitgevonden werd. Inclusief onderwijs gaat erover dat kinderen in hun eigen wijk naar school kunnen. En dat we alle kinderen in hun geheel zien en dus verder kijken dan hun beperking of wat hen anders maakt.
Annette – ‘Geen twee kinderen zijn dezelfde. Gezinnen en families zijn sowieso inclusief, een straat of pleintje is dat ook. Maar als je naar school moet, komt de nadruk plots te liggen op wat jou anders maakt? Dat klopt niet. Mijn drive is dat zoveel mogelijk kinderen een plekje krijgen op een reguliere school.’
Annette van der Poel
(Orion)
Joost van Caam
(SWV PO)
Inspectiedruk
Bij Orion is de ambitie duidelijk: het gaat niet om het voorbestaan van de stichting Orion, maar over samen de weg naar inclusie inslaan. Daarom worden mensen met expertise in het speciaal onderwijs nu volop ingezet in reguliere scholen. Als scholen merken dat ze goed ondersteund worden, groeit hun vertrouwen dat ze inclusief onderwijs waar kunnen maken en zullen ze ook makkelijker kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte aannemen. Daar hoort ook bij dat scholen geholpen worden in hun verhouding tot inspectie.
Joost – ‘Een veelgehoord argument bij scholen is dat hun leeropbrengsten tenminste moeten voldoen aan het gemiddelde van de wijk. Als je verwacht van scholen dat ze een grootmoedig toelatingsbeleid handhaven en bijvoorbeeld ook kinderen met het syndroom van Down aannemen, dan moet je ze ook helpen in het verhaal naar inspectie. Schoolleiders en besturen moeten dus hun nek durven uitsteken.’
Hardnekkige systemen
Het onderwijssysteem hangt samen van zaken die niet meer werken. Dat zie je terug in de verhouding tot inspectie en de druk die uitgaat van bijvoorbeeld de PISA-ranking, met een grote cognitieve focus op rekenen en taal. Terwijl alle onderzoeken uitwijzen dat emotioneel welbevinden fundamenteel is om kinderen te laten leren. Ook de opdeling in jaarklassen blijkt een hardnekkige systeemfout. In het speciaal onderwijs is er de mogelijkheid om een staatsexamen te doen. Maar wie in het reguliere onderwijs zakt voor het eindexamen en nog geen achttien is, moet het hele jaar herkansen.
Annette – ‘Er is een heersende normaalcurve, waarlangs alles gelegd wordt. Blijkbaar geeft dat veel houvast, terwijl het drijfzand is. Inclusief onderwijs gaat over een mindset, over verbinding maken en denken in mogelijkheden.’
Inclusie in het taakbeleid
Theo wil als bestuurder liever niet voorschrijven hoe leerkrachten en directeuren inclusief onderwijs het best vormgeven, want ‘leerkrachten en directeuren weten dat zelf het beste’. Hij ziet wel dat deze opdracht enkel kans van slagen heeft als het een gezamenlijke opdracht is. Zo is het in zijn ogen belangrijk om de rol van inclusie een plek te geven in de gesprekken over het taakbeleid die directeuren met leerkrachten voeren.
Theo – ‘Directeuren én besturen moeten waarborgen dat leerkrachten ook tijd krijgen om inclusief onderwijs te geven en daar ervaring in op te doen. Kennisdeling van best practices is onmisbaar, er zijn in Amsterdam ondertussen genoeg inspirerende voorbeelden van inclusief onderwijs.’Â
Theo Hooghiemstra
(AWBR)
Ontmoeting centraal en hoopgevende initiatieven
‘Ontmoeting centraal’ is met goede reden een uitgangspunt in de visie van Orion. Inclusief onderwijs kan enkel verwezenlijkt worden als het verspreid zit over de stad. In een netwerk met stevige knooppunten en ontmoetingsplekken. Er zijn al verschillende inspirerende voorbeelden in de stad. Garage2020 werkt als vliegende brigade in basisscholen, om hen te helpen de slag naar inclusief onderwijs te maken. In het Integraal Kindcentrum (IKC) De Vindplaats zijn kinderen van 0 tot 13 welkom, ook kinderen met een ondersteuningsvraag die in het verleden naar het so of sbo zouden gaan. Dit IKC werd gevestigd in een gloednieuw gebouw, dat ingericht is zodat onderwijs en ondersteuning voor alle kinderen mogelijk is.
Theo – ‘Hoopgevende initiatieven maken duidelijk dat we als bestuurders moeten zorgen dat ze ingebed worden in een structurele aanpak. Daar is bestuurlijke aandacht en commitment, maar ook geld voor nodig, zodat we kunnen investeren in de transitie en ruimte hebben om leerkrachten op te leiden en hen te ondersteunen.’
Geschreven door:
Marie Meeusen
Professionalisering en stevige teams
Wat zijn de voorwaarden voor het realiseren van inclusief onderwijs? Naast het mogelijk maken van ontmoetingen is een professionaliseringsslag onmisbaar. Je kan de expertise van wijkteams en het speciaal onderwijs inzetten. Daarnaast is het nodig dat docenten zich verder professionaliseren. Deze flinke uitdaging is daarom al in 2021 vastgelegd in het meerjarige ondersteuningsplan van het SWV. Het lerarentekort is een deel van de realiteit. Wat hebben de scholen die in deze tijden geen hoge werkdruk ervaren gemeen met elkaar?
Joost – ‘In deze scholen is er een ijzersterke teamcultuur. Die kan je niet realiseren met veel tijdelijke krachten. Samen doen, samen volhouden, samen balen dat het even niet lukt en weer op zoek gaan naar een nieuwe oplossing. Deze visie wordt uitgedragen door sterke schoolleiders, die inclusief onderwijs neerzetten als een collectieve prestatie, van het hele schoolteam en van groep 1 tot 8.’
Zelfde beweging
Annette is bestuurder voor het voortgezet onderwijs. De overstap naar het voortgezet onderwijs soepeler maken, hoort ook bij inclusief onderwijs. En het is ook belangrijk om alle vormen van onderwijs te waarderen, Robbert Dijkgraaf heeft volgens Joost als minister belangrijke stappen gezet om het mbo op de kaart te zetten als opleidingsvorm die onmisbaar is in de samenleving. De succesmachine die pretendeert dat alleen het hoogste opleidingsniveau later voor een goed inkomen en dus voor levensgeluk kan zorgen, is nog zo’n denkbeeld dat we los moeten laten. Te veel kinderen gaan gebukt onder prestatiedruk.
Annette – ‘Het primair onderwijs kan wat leren van het voorgezet onderwijs op het vlak van inclusief onderwijs. In Amsterdam is het vso niet gegroeid de afgelopen tien jaar. Bovenschoolse trajecten zijn afgebouwd. Er wordt geïnvesteerd in trajectvoorzieningen in de school. Kinderen die wat anders nodig hebben, hebben geen aparte klas nodig, maar een plekje met wat extra zorg, een moment om op te starten of even af te koelen.’
Bestuurders aan de bak
Voor Joost, Theo en Annette is het helder dat de geleidelijke weg naar inclusief onderwijs een gezamenlijke weg is. Joost beseft dat hij professionals uit het speciaal onderwijs altijd mee aan tafel moet vragen bij gesprekken over inclusief onderwijs. Moeilijke hobbels zijn niet uit te sluiten, maar de beweging is helder: we zijn op weg naar ‘geen kind de wijk uit’. We bieden steeds meer ondersteuning in reguliere scholen vanuit het speciaal onderwijs en creëren geen extra plekken meer in het speciaal onderwijs. Dit vraagt om gezamenlijke inspanningen. Ook Theo beaamt dat elke bestuurder die inclusief onderwijs omarmt, zich hier hard voor moet maken.
Theo – ‘We moeten samen investeren in een stapsgewijs en uitgestippeld plan van aanpak. Hoe kunnen we tussen nu en 2035 het Amsterdamse primaire onderwijs inclusief maken? Dat betekent ambities formuleren, goede experimenten inbedden, leerkrachten en directeuren ondersteunen en kennis over goede ervaringen met elkaar delen. En financiële afspraken: ook de gemeenten en het rijk moeten hun verantwoordelijkheid nemen.’