Wat is nodig om inclusief onderwijs in Amsterdam te realiseren én financieel gezond te blijven? De recent verschenen Business case inclusief onderwijs* laat zien dat doorgaan zoals we nu doen financieel niet haalbaar is. Tegelijkertijd biedt het rapport alternatieve scenario’s die wél haalbaar zijn. Er is nog geen besluit genomen over de definitieve richting, maar de scenario’s vormen een belangrijke basis om verder te verkennen en keuzes te maken. Lees in dit artikel de belangrijkste punten uit de business case, aangevuld met inzichten van bestuurder Annette van der Poel (Stichting Orion): “Uit dit rapport blijkt dat het financieel mogelijk is om inclusief onderwijs te organiseren. Laten we beginnen.”
*The Next School voerde het onderzoek uit in opdracht van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Amsterdam Diemen en de gemeente Amsterdam.
Inventarisatie: wat besteden we nu aan leren en ontwikkelen van kinderen tussen 4 en 12 jaar?
Het rapport inventariseert eerst hoeveel leerlingen, geld en menskracht er naar het primair en gespecialiseerd onderwijs in Amsterdam gaan. De cijfers:
- Er zijn 62.000 Amsterdamse kinderen tussen 4 en 12 jaar oud. Hiervan gaat 96% naar school. Ongeveer 3000 kinderen volgen specialistisch onderwijs of dagbehandeling, en het gebruik van jeugdhulp stijgt licht.
- In Amsterdam geven we jaarlijks meer dan 1 miljard euro uit aan de ontwikkeling van kinderen tussen de 4 en de 12 jaar in het onderwijs en de jeugdhulp: bijna 18.000 euro per kind.
- Er werken in Amsterdam minstens 7000 FTE in jeugdhulp en onderwijs aan de ontwikkeling van kinderen tussen de 4 en 12 jaar: 1 FTE per 9 kinderen.
Annette: “Wat mij opvalt is dat we nu 1 FTE per 9 kinderen inzetten. Dat zou betekenen dat als het onderwijs inclusief wordt, je kleinere klassen kunt vormen met veelzijdige expertise voor de klas.”
Annette van der Poel
Bestuurder Stichting ORion
Op negen locaties biedt Orion speciaal onderwijs en passende zorg afgestemd op de behoefte van leerlingen tot 20 jaar.
Drie toekomstscenario’s: wat kosten ze en wat leveren ze op?
Vervolgens verkent het rapport drie scenario’s: geen interventie, grotendeels inclusief en volledig inclusief. De rapportage brengt in kaart wat nodig is om inclusief onderwijs te realiseren én financieel gezond te blijven. Zo brengt doorgaan zoals we nu doen steeds meer kosten met zich mee.
Toekomstscenario's uit de businesscase
Geen interventie
- Het gespecialiseerd onderwijs groeit door.
- Het aantal thuiszittende leerlingen blijft gelijk.
- De druk op voorzieningen loopt op.
- De kosten nemen de komende tien jaar met zo’n € 313.000.000 toe.
Grotendeels inclusief
- Scholen voor speciaal basisonderwijs verdwijnen en het speciaal onderwijs krimpt naar 1%.
- Het aantal kinderen op kinderdagcentra daalt fors.
- Het aantal thuiszittende leerlingen is 20% van het huidige aantal.
- Reguliere scholen krijgen gemiddeld 12 leerlingen en 4 FTE erbij.
- Dit scenario levert - na eerst een investering - na acht tot tien jaar naar schatting € 38.000.000 op.
Volledig inclusief
- Het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs verdwijnen volledig.
- Jeugdzorgprofessionals komen meer op de scholen te werken.
- Er zijn geen thuiszittende leerlingen.
- Reguliere scholen krijgen gemiddeld 15 leerlingen erbij, en 8 FTE aan personeel.
- Dit scenario levert – na investering de eerste jaren – na tien jaar ongeveer € 78.000.000 op.
Annette: “Het is verschrikkelijk hoeveel wachtlijsten er nu zijn binnen de ggz, de jeugdzorg en het onderwijs. We zien het aantal kinderen dat thuiszit alleen maar toenemen. We kunnen financieel én moreel niet doorgaan zoals we nu doen. Uit deze inventarisatie blijkt dat het financieel mogelijk is om inclusief onderwijs te organiseren. Laten we beginnen.”
Mogelijke onrust
Als we het grotendeels- of volledig inclusieve scenario uit de businesscase één op één overnemen zouden de scholen voor speciaal basisonderwijs verdwijnen en de scholen voor speciaal onderwijs krimpen of verdwijnen. Dat is een conclusie vanuit het rekenmodel; de business case geeft alleen een doorkijkje op wat financieel mogelijk is. Toch kan het voor onrust bij leerkrachten en ouders zorgen. Gaat mijn sbo- of so-school sluiten? Krijgen onze leerlingen nog wel de ondersteuning die ze nodig hebben? En: als leerlingen met een speciale ondersteuningsbehoefte straks naar de buurtschool gaan, wat betekent dat voor mij als leerkracht? En wat doet het met de dynamiek tussen de kinderen in de groep?
Annette: “Je kan het ook anders zien. Een pand waar nu een so- of sbo-school in huist, kan in de toekomst net zo goed een inclusieve school worden waarop kinderen thuisnabij naar school gaan. Door op zo’n school een gemengd team samen te stellen van professionals die eerder op het so, sbo en het reguliere onderwijs werkten, verrijk je de kennis en expertise. Je moet het niet zien als alle scholen voor speciaal onderwijs sluiten, maar dat we het hele onderwijsveld op een andere, inclusieve manier organiseren.”
Kennis en ervaring van speciaal naar regulier
Op de Amsterdamse scholen voor speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs hebben we een rijkdom aan kennis en ervaring. Dat gaan we natuurlijk niet weggooien. Sterker nog: juist de kennis en ervaring die deze professionals hebben opgebouwd, is wat het onderwijs in de toekomst nodig heeft. Daarom zetten we die kennis en ervaring steeds vaker breder in, op reguliere scholen.
Annette: “Je ziet al steeds meer uitwisseling tussen regulier en speciaal onderwijs. Een mooi voorbeeld is co-teaching* waarbij twee leerkrachten samen voor de klas staan: één uit regulier en één uit speciaal onderwijs. Het doel is om de expertise van regulier en speciaal onderwijs te bundelen en om te leren van elkaars praktijk in de klas. De leerkrachten die zo werken, ervaren dit vaak als heel leuk en leerzaam.”
* Wil je zelf aan de slag met co-teaching? De inclusieve instapkit op Binnenplaats bevat een tool hiervoor, met een filmpje over de methodiek.
Waardevol onderzoek binnen de grotere beweging
Dit onderzoek geeft ons vanuit het financiële perspectief belangrijke inzichten. Er zijn natuurlijk meer belangrijke perspectieven, zoals professionalisering van leerkrachten, huisvesting, juridische aspecten, kwaliteit van het onderwijs, personeel en het in stand houden van een dekkend netwerk. Aan al deze perspectieven geven we tijdens de beweging naar inclusief onderwijs aandacht.
Annette: “De businesscase maakt duidelijk dat we onderwijs en jeugdzorg snel moeten ontschotten om geld en expertise samen te kunnen voegen voor inclusief onderwijs. Inclusief onderwijs heeft zoveel voordelen voor kinderen. Ze hoeven niet meer eindeloos op een wachtlijst te staan of met een busje door de file naar de andere kant van de stad. Na school kunnen ze meespelen op het schoolplein met hun vriendjes, broertjes, zusjes of buurkinderen. Kinderen raken niet geïsoleerd, maar nemen samen deel aan dezelfde maatschappij.”
Wat is de beweging naar inclusief onderwijs?
Inclusief onderwijs betekent voor de scholen binnen ons samenwerkingsverband dat elk kind in de eigen wijk naar school kan gaan, op een passende plek, met voldoende ondersteuning. Daarnaast draagt de Rijksoverheid onze sector op om in 2035 inclusief onderwijs te bieden voor alle leerlingen. In Amsterdam en Diemen willen de schoolbesturen dit proces versnellen. Daarom zijn we al enkele jaren bezig met deze brede beweging. Waar we de komende jaren naartoe gaan, kun je lezen in het Ondersteuningsplan 2025-2029.
Garage2020 en voorlopersscholen
Onderdeel van de beweging naar inclusief onderwijs is het traject van het Samenwerkingsverband met Garage2020. Hierover kun je meer lezen op Binnenplaats, en bekijk de inclusieve instapkit. Ook zijn er scholen die op eigen kracht stappen naar inclusief onderwijs hebben gezet: deze noemen we de voorlopersscholen.
Veelgestelde vragen over de beweging naar inclusief onderwijs
Hoe krijgt inclusief onderwijs vorm binnen mijn bestuur?
Steeds meer besturen zetten inclusief onderwijs in hun ontwikkelagenda centraal. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens studiedagen. Ook staat de visie op inclusief onderwijs al in verschillende koersplannen van besturen beschreven. Het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband geeft schoolbesturen een kader hiervoor. Samenwerking tussen besturen in de regio en tussen scholen in de wijk is een belangrijke voorwaarde. Ook andere jeugdpartners rond de school worden betrokken.
Zijn er al goede voorbeelden?
Ja, er zijn al veel goede voorbeelden van inclusief onderwijs in de verschillende wijken in onze stad. Daarop bouwen we voort.
Wat kan ik doen als ik zelf aan de slag wil met inclusief onderwijs?
Inclusief onderwijs ontwikkel je samen met je collega’s en partners van je school. Informeer bij je directie naar de plannen, of bij je bestuur. Neem je deel aan een wijkoverleg met scholen? Agendeer inclusief onderwijs en wissel uit. Op zoek naar een passende aanpak? Kijk dan eens bij de inclusieve instapkit.
Wat kan ik doen als ik met mijn wijk stappen wil zetten?
Het wijkoverleg is een mooie uitgangsbasis om te bespreken hoe je als wijk samen naar inclusief onderwijs kunt ontwikkelen. Als er een gezamenlijke wens is om stappen te zetten kun je contact zoeken met Susan Walstra, projectleider inclusief onderwijs van het samenwerkingsverband.
Kunnen we een inclusieve school bezoeken?
We hebben in Amsterdam een flink aantal scholen die al een eind op weg zijn om inclusief te worden. Deze zijn zeker bereid om bezoek te ontvangen. We noemen ze de voorlopersscholen. Ook buiten Amsterdam zijn er geregeld werkbezoeken naar inclusieve scholen. Kijk op Steunpunt passend onderwijs.