Het kind erkennen en centraal zetten

Beleidsmedewerker Mirjam Hoedemaker werkt al bij Staij in Amsterdam-Oost sinds de oprichting in 2008. Wat zijn de uitdagingen waar de scholen die onder Staij vallen mee te maken krijgen? Mirjam vertelt in dit interview meer over het themajaar rond gedrag en de bovenschoolse initiatieven, zoals de bamboegroep voor kleuters.

Diverse scholen, diverse problemen

De basisscholen die onder Staij vallen, zo’n twintig in het totaal, zijn alle openbaar maar verder heel divers. Er zijn naast traditionele scholen ook scholen die Montessori- of Daltononderwijs bieden en via Het Spectrum is er bij Staij ook SBO-expertise. Ook de schoolgrootte is uiteenlopend, van 100 tot wel 600 leerlingen. Daarnaast verschilt de leerlingpopulatie op de scholen enorm. De scholen krijgen te dealen met zowat alle problemen die in het basisonderwijs kunnen spelen.

‘De problemen die we op de scholen zien, vallen niet zomaar te herleiden tot een corona-erfenis of als louter de problemen van scholen met een zwaardere schoolweging. Een toename van psychische problemen, een lager instroomniveau bij de kleuters, de groeiende taalachterstanden en de gedragsproblemen die daaruit voortvloeien: deze vraagstukken lopen als een rode draad door alle scholen die onder Staij vallen.’

612 edit-5 hb ouders

Binnenboord houden

Ook zijn er steeds meer ouders die hulp zoeken bij de opvoeding. Het aantal gezinnen met heftige problematiek groeit en er stromen best wat kinderen in die een erg groot deel van hun eerste levensjaren achter een iPad hebben doorgebracht. De personeelstekorten in het Amsterdamse primaire onderwijs, en daarbovenop ook wachtlijsten bij SO en SBO-scholen en in de specialistische jeugdzorg, zorgen ervoor dat ‘zoveel mogelijk binnenboord houden’ naast pedagogische intentie ook een noodzakelijkheid is.

‘Hoe betrek je kinderen en sluit je ze niet uit? Die vraag staat centraal in traumasensitief onderwijs. Dit is veel breder dan onderwijs voor getraumatiseerde kinderen, het gaat om een manier om kinderen binnenboord te houden.’

Kijken naar eigen aandeel

Het centrale uitgangspunt van het aanbod in het themajaar gedrag, dat Mirjam met haar collega’s op poten zette, is dat je als leerkracht moet kijken naar hoe je eigen gedrag invloed heeft op kinderen. Zo zijn er best wat trainingen die over gesprekstechnieken of traumasensitief onderwijs gaan, waarbij het eigen aandeel van de leerkracht heel belangrijk is. Ook intervisiebijeenkomsten voor IB’ers en aandachtsfunctionarissen die Staij samen met Wilde Kastanje en Pro Ago biedt, vertrekken vanuit contact maken en gespreksvoering. Naar jezelf kijken als leerkracht betekent volgens Mirjam ook dat je nieuwsgierig bent naar hoe kinderen jou ervaren.

‘In dit themajaar werden lezingen en workshops aangeboden die gaan over de invloed die je als leerkracht hebt op het uitdagende gedrag van kinderen in de klas. Deze onderzoekende reflex is voor sommige leerkrachten gesneden koek, voor andere is het moeilijker om te leren. De basis is tijd en ruimte maken om het kind te kennen en erkennen.  Een kind dat zich erkend voelt, weet vaak zelf dondersgoed wat het nodig heeft om zich goed in zijn vel te voelen.’

Maatwerk

Bij ieder kind dat gedragsproblemen vertoont, is het opnieuw de vraag wat er aan de basis ligt van dit gedrag. Ook de oplossingen zijn een kwestie van maatwerk. Het ene kind heeft baat bij veel sturing, het andere komt juist tot zijn recht bij veel autonomie. Maar gelukkig hebben vaak relatief simpele oplossingen al grote gedragsveranderingen tot resultaat.

‘Een plekje in de klas om tot rust te komen, de mogelijkheid om een uur extra mee te gymmen of even in een hoekje te knutselen: het is belangrijk dat het kind de eigen behoeften leert herkennen en het gevoel heeft dat het zelf actie kan ondernemen. Gedragsproblemen benader je het liefst ook zoveel mogelijk binnen de context van de klas, met oog voor de dynamiek van de groep.’

Bovenschools aanbod

Zoveel mogelijk kinderen binnenboord houden en toewerken naar inclusiever onderwijs: het is een pedagogisch streven waar Mirjam volledig achter staat. Het facultatieve kennismakingsaanbod binnen het themajaar gedrag is daarom ook gericht op zoveel mogelijk ‘zelf doen’. De scholen hebben zelf de verantwoordelijkheid om een vervolgaanbod te organiseren als de behoefte daaraan groot blijkt. Maar er zijn ook grenzen aan wat scholen aankunnen. Daar speelt Staij ook op in.

‘Zoveel mogelijk kinderen binnenboord houden én de grenzen van wat kan aanvaarden: alle schoolbestuurders en beleidsmedewerkers worstelen met dit dilemma. Ook het langdurige probleem van het lerarentekort en de hoge werkdruk die hiermee samenhangt zijn deel van de realiteit. Daarom werken we vanuit Staij ook mee aan bovenschoolse initiatieven.’

Dubbele bemensing

Op IJburg zijn er nu twee bovenschoolse sociale vaardigheidstrainingen voor leerlingen die thuiszitten of dreigen uit te vallen, het resultaat van een samenwerking met zorgorganisatie Calathea. Voor de kleuters die nog niet schoolrijp genoeg zijn om mee te kunnen draaien op het reguliere basisonderwijs is er de bovenschoolse ‘bamboegroep’. Dit aanbod is door Staij ontwikkeld. In de bamboegroep begeleidt een kleuterleerkracht samen met een pedagogisch medewerker van de voorschool van Dynamo een groepje van maximaal acht kleuters. Drie ochtenden per week gaan de kindjes naar de groep. Niet hun cognitieve vaardigheden, maar sociale vaardigheden staan centraal.

‘De kinderen leren samenspelen en meedraaien in een klein groepje. Deze bamboegroep wordt omkaderd door nauwe samenwerkingen, met onder andere Dynamo, ‘t Kabouterhuis en Stichting VierTaal. Onze adviseurs passend onderwijs zorgen voor de toeleiding naar de Bamboegroep vanuit onze scholen.’

hm-tussen-04
hm-tussen-03

Kind centraal

Al stond ze zelf nooit voor de klas, Mirjam heeft als onderwijskundige met flink wat ervaring een aantal uitgangspunten waar ze sterk in gelooft. Het belang van het kind staat voorop. Daarvoor is een goed contact van de school met de ouders essentieel. Ze probeert zelf nooit de strijd aan te gaan.

‘Ik geloof echt dat alle ouders het beste willen voor hun kinderen, zelfs de ouders die niet goed voor zichzelf kunnen zorgen willen dat. Vanuit die overtuiging moeten leerkrachten met ouders praten en ze als partner beschouwen. Altijd blijven praten, ook als het moeilijk is. Ik zeg in gesprekken vaak dat we het kind in gedachten centraal op tafel zetten.’

Interview door:
Marie Meeusen

Dit artikel delen

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Legenda

Donkergroen:
loopt goed

Lichtgroen: 
aan het opstarten of wordt met partners uitgebreid

Geel:
moet nog worden opgestart