‘Vertrouwen in de waarde van een brede blik’ – Linda de Koning vertelt over de samenwerking in de gebiedsknooppunten

Linda de Koning werkt zo’n acht uur per week als ‘verbinder gebiedsgericht samenwerken’. In dit interview vertelt ze wat het gebiedsknooppunt Oost doet. Wat gebeurt er met de verwijzingen die sinds 1 mei binnenstromen? Welke partners schuiven aan bij het tweewekelijkse overlegmoment? Wat zullen leerkrachten en intern begeleiders merken van de samenwerking met gebiedsknooppunten?

Gebiedsgerichte samenwerking

Orthopedagoog-generalist en systeemtherapeut Linda de Koning is vanuit de zorgorganisatie Chinski, onderdeel van STEP, verbonden aan het gebiedsknooppunt Oost. Naast haar zijn er nog vier andere verbinders actief in Stadsdeel Oost. Alle organisaties dragen bij aan gebiedsgerichte samenwerking, ook tussen aanvullende jeugdhulp en onderwijs. Gezinnen worden niet doorgeschoven. De insteek is de beste hulp, zo dicht mogelijk bij huis, in de buurt van de school of zelfs op school. 

‘Soms komt de ’beste hulp’ van meerdere mensen tegelijk: van een buurvrouw, een gezinstherapeut, betrokken voetbalcoach, een jongerenwerker en een lievelingsjuf.’

Goed kijken naar de verwijzing

Linda’s rol is breed. Als verbinder heeft ze een ambassadeurstaak en brengt ze de werkwijze van het gebiedsknooppunt aan het licht. Daarnaast checkt ze met het team van jeugdprofessionals de verwijzingen voor aanvullende jeugdhulp die binnenkomen vanuit de huisartsen, gecertificeerde instellingen en ouder- en kindadviseurs op de scholen. Hoe verrijkt is de hulpvraag, hoe breed is de informatie die onder de verwijzing ligt? Werd er vanuit de behoeften van het kind (en de ouders) gedacht? Zijn er nog partijen overgeslagen, die beter aansluiten bij het gezin en die op korte termijn een groter verschil kunnen maken?

‘Het gebiedsknooppunt kijkt goed naar de onderliggende hulpvraag. Wie is betrokken vanuit het onderwijs, vanuit de sociale basis en soms ook hulpverlening? Als we alle informatie verzamelen, kunnen we samen nadenken over de juiste oplossing, op korte termijn en voor de toekomst.’

Geen stappen overslaan

Er ontstaat een gesprek waarin het juiste pad om te bewandelen in kaart wordt gebracht. Telkens wordt het onderwijsperspectief meegenomen, soms is contact met de school een slimme stap. Eerst worden de mogelijkheden in de sociale basis bekeken, bij organisaties die vrij toegankelijke hulp bieden. Organisaties als Humanitas, Streetsmart of Dynamo bieden vanuit gezamenlijkheid en verbinding laagdrempelige hulp en ondersteuning in de buurt, in verschillende leefgebieden, voor meerdere doelgroepen, zonder dat hiervoor een verwijzing nodig is. Het aanbod van voorscholen, ondersteuning in de opvoeding of administratie of de nabijheid van een vrijwillig maatje: basishulp kan het leven een stuk makkelijker maken.

‘We zien in de verwijzingen dat deze essentiële stap vaak overgeslagen is. Veel scholen hebben nog niet goed in kaart wat er in de wijk mogelijk is. Daar helpen we ze bij, zodat aanvullende jeugdhulp aanvullend kan blijven en dus enkel ingezet wordt als dat echt nodig is.’ 

Moestuintjes en fijne hobby’s

Linda merkt dat er vaak al snel gedacht wordt dat een specifieke specialistische interventie, bijvoorbeeld systeemtherapie, de beste oplossing is voor een kind dat op school veel problemen ervaart. Maar ook een leuke hobby kan voor verlichting zorgen, zowel voor het kind als de ouders. Sportieve medewerkers van Sportnation, die allemaal maatschappelijk opgeleid zijn, bieden de actiefste kinderen regelmatig de kans om zich helemaal uit te leven. Een moestuintje dat het gezin onderhoudt kan een wekelijks moment van ontspanning worden. Maatschappelijke initiatieven in de wijk kunnen een wereld van verschil maken.

‘We bekijken elke verwijzing breed, ook als de vraag heel specifiek is, zoals een onderzoek naar ADHD. Deze brede blik, waarin uiteraard ook het onderwijsperspectief wordt meegenomen, zorgt voor duurzame resultaten. Als we ideeën verder verkennen en andere wegen zoeken, kunnen we de druk verlichten.’

Tweewekelijks overleg

De gebiedsknooppunten komen elke twee weken live bij elkaar, in Oost gebeurt dat in de Molukkenstraat 4 (locatie van Stichting Streetsmart). Er zijn meestal zo’n twintig mensen aanwezig, onder andere collega’s vanuit de aanvullende jeugdhulp, organisaties die in de wijk werken en vaak ook Eigen Plan.

‘Verwijzingen die in goed overleg gedaan worden, leiden tot gerichte en passende hulp en ondersteuning en verkorten dus ook de wachtlijsten in de jeugdhulp.’

Tijdelijke casusteams

Scholen worden soms ook gevraagd om deel uit te maken van tijdelijke casusteams, waarin professionals uit zorg en onderwijs samen met het gezin de meest passende ondersteuning afstemmen. Altijd is vasthouden en erbij blijven in plaats van gezinnen naar elkaar doorschuiven het devies. Op voorhand bekijken de verbinders waar de juiste deskundigheid te vinden is. Zij benaderen meedenkers en meedoeners, die vanuit hun organisatie twee uur per week ingeschakeld worden om een casus op te volgen en specifieke ondersteuning op te zetten.

‘In de praktijk betekent dit dat door nauwe samenwerking een kind zo snel mogelijk passend ondersteund wordt. De ene keer gaan we op zoek naar een ervaringsdeskundige met passie voor dansen en dan zoeken we weer een meidenwerker en iemand die veel afweet van vragenlijsten voor diagnostiek.’

Het wachten verzachten

De gebiedsknooppunten proberen ook oplossingen te bieden voor kinderen die op lange wachtlijsten staan. Bijvoorbeeld kinderen die op jonge leeftijd goed ondersteund worden in het Kabouterhuis, zij moeten nu lang wachten op een plek in een dagcentrum. Het gebiedsknooppunt heeft een themagroep Jonge Kind, die zich richt op deze kinderen. Met het Kabouterhuis en Kansrijk Vervolg wordt hard gewerkt om te voorkomen dat deze jonge kinderen tussen wal en schip vallen. Ook thuiszittende leerlingen vormen een groep die vaak aan bod komt in de overleggen.

‘De steuntjes in de rug kunnen ook klein zijn. Een maatwerkbudget voor een strippenkaart bij MonkeyTown kan de druk op ouders met energieke en thuiszittende kinderen verlichten en het wachten verzachten.’

Een beschermjas

In Oost heeft het gebiedsknooppunt regelmatig contact met het samenwerkingsverband. Als de school niet bekend is, dan wordt de onderwijsadviseur van het samenwerkingsverband betrokken. Dat gebeurt ook bij twijfels over de meest passende onderwijskeuze. Linda benadrukt dat het samenwerkingsverband een heel fijne partner is voor scholen.

Onderwijsprofessionals kunnen terecht bij de OKT-adviseur en zij kunnen op hun beurt het gebiedsknooppunt inschakelen. In een vroeg stadium deze partners betrekken draagt bij aan normaliseren en problemen klein houden. Je staat er als leerkracht of intern begeleider nooit alleen voor.

‘Met de gebiedsknooppunten willen de netwerken in de wijken, de mogelijke steunbronnen, zichtbaar maken, zodat leerkrachten beseffen dat ook een sporthal of buurtmoskee kan helpen. Mijn wens is dat elk kind, elke jongere, mag ervaren hoe het is om een beschermjas om zich heen te voelen, een jas van verbondenheid.’

Snellere en betere hulp, minder druk

Samenvattend zorgt gebiedsgerichte samenwerking ervoor dat kinderen en jongeren beter en sneller geholpen worden, dichtbij huis en de school. Vooral scholen met kleine groepen die zorg en onderwijs al intensief combineren, zullen de gevolgen ervaren van de gebiedsknooppunten, want onrustige wisselingen in de hulpverlening worden verleden tijd. De gebiedsknooppunten werken volgens de Amsterdamse Maatwerkmethode, met veel aandacht voor het perspectief van elk gezinslid, de samenwerking met de ouders en oog voor onderliggende factoren die de hulpvraag mee kleuren, zoals bestaansonzekerheid of een migratieachtergrond. Professionals die mee durven dragen en samen bij het kind blijven tot het leven weer wat lichter wordt, zijn werkelijk onmisbaar.

Onderwijsprofessionals kunnen terecht bij de OKT-adviseur en zij kunnen op hun beurt het gebiedsknooppunt inschakelen. In een vroeg stadium deze partners betrekken draagt bij aan normaliseren en problemen klein houden. Je staat er als leerkracht of intern begeleider nooit alleen voor.

‘Een stevig netwerk, om het kind en om de school, zorgt voor verlichting van druk bij de kinderen, de ouders en ook bij de leerkracht en begeleiders op school.’

Interview: Marie Meeusen

Dit is gebiedsgericht samenwerken (en dit betekent het voor scholen)

Om Amsterdamse gezinnen, jeugdigen in hun dagelijks leven te versterken, is de samenwerking binnen de jeugdhulp gebiedsgericht (GGSW) georganiseerd. Verwijzers en aanbieders werken in de leefwereld van de jeugdige samen om de best passende ondersteuning voor een kind of het gezin in te kunnen zetten. Dat kan aanvullende jeugdhulp zijn, maar vaak heeft een gezin eigenlijk wat anders nodig. Denk daarbij aan het oplossen van geldstress, mantelzorgondersteuning, jongerenwerk, sport of een sociale vaardigheidstraining. De Amsterdamse MaatwerkMethode, een gezamenlijke manier van analyseren wat er speelt en vooral wat belangrijk is voor een jeugdige, blijkt hierin goed te werken. Deze methode sluit aan bij de Amsterdamse jeugdvisie.

Als jeugdhulp wél nodig blijkt te zijn, is een verwijzing via het Gebiedsknooppunt nodig. Amsterdam heeft er zes. 

Wat betekent dit voor scholen?

Voor scholen verandert er praktisch gezien niet veel. Het OKT (Ouder- en Kindteam) blijft het eerste aanspreekpunt voor school en ouders met vragen over preventie of jeugdhulp.

Wel kun je als school gebeld worden door iemand vanuit Gebiedsgericht Samenwerken om mee te denken in een Casusteam. Verzoek is om dan deel te nemen. Als school heb je immers ook goede inzichten, een ondersteuningsvraag of kun je een deel van de oplossing (eventueel met inzet van bovenschools aanbod) bieden.

Op de hoogte blijven?

Wil je op de hoogte blijven van alles wat er gebeurt in Amsterdam rond de jeugdhulp en bredere ontwikkelingen voor jongeren in Amsterdam? Abonneer je dan op het channel Jeugdhulp Amsterdam-DUO op In1sociaaldomein: Home | Jeugdhulp Amsterdam-DUO | 1Sociaaldomein.nl

Dit artikel delen

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Legenda

Donkergroen:
loopt goed

Lichtgroen: 
aan het opstarten of wordt met partners uitgebreid

Geel:
moet nog worden opgestart