‘De differentiërende leerkracht is een duizendpoot’

Wat betekent differentiëren en hoe geef je dat vorm?

Ruben Kluit werkt als bovenbouwleerkracht bij KC De Kinkerbuurt, hij zwaaide midden juli groep 8 uit. Daarnaast is hij bovenbouwcoördinator. Een schooldag is in zijn ogen echt geslaagd als hij erin slaagde te differentiëren op het niveau van het kind. Wat betekent differentiëren voor hem en hoe ziet zijn aanpak eruit? En wat is Rubens visie op inclusief onderwijs?

Foto Ruben Kluit

Liefde voor het vak

Ruben geeft nu tien jaar les in groep 7 en 8. Hij wist al heel jong dat hij later met kinderen wilde werken. Als veertienjarige gaf hij al voetbaltrainingen, snel daarna ging hij ook als leiding mee op zeilkampen voor kinderen. Enthousiasme voelen om met kinderen te werken en elk jaar opnieuw met hen voor goud te willen gaan, vormen samen volgens Ruben de eerste stap om als leerkracht aan differentiatie toe te komen.

‘Het is een voorrecht om elk jaar weer met kinderen te mogen werken. Je hoeft me geen uitgebreide handleiding te sturen voor het schooljaar start. Ik wil de kinderen met een open blik leren kennen en samen bekijken wat we dit jaar gaan doen en hoe we dat gaan aanpakken.’

Differentiëren als holy grail

Volgens Ruben is differentiëren in een klas van zeker twintig kinderen zowat het aller moeilijkste van het vak, de zogenaamde holy grail. Hij noemt een schooldag extra geslaagd als het hem lukt om maatwerk te bieden. Zelfs de beste leerkrachten komen pas aan differentiëren toe als er essentiële stappen doorlopen zijn. En dat zijn er nogal wat: er heerst een fijne en veilige sfeer in de klas, in een goede sfeer leren kinderen immers het meest. Je hebt het klasmanagement op orde en snapt hoe belangrijk het is om consequent te zijn en vaak genoeg te herhalen. Differentiëren lukt het best als je de kinderen kent en hen emotioneel benadert op een manier die bij hen past. Je relatie met de klas en met de kinderen is immers key.

‘Bovendien moet je als leerkracht de leerstof echt goed beheersen als je wil differentiëren. Dit betekent dat je in vogelvlucht naar de leerstof kan kijken en dat je dus weet wat in voorgaande en volgende jaren aangeboden wordt.’

Kijken naar gedrag

Het is volgens Ruben belangrijk om als leerkracht steeds weer je verwachtingen uit te spreken, naar de groep én naar elk individueel kind. Als leerkracht bepaal je de kaders waarin kinderen zich bewegen en tot leren komen. Dan moet je duidelijk zijn welk gedrag er verwacht wordt. Hierbij betrekt Ruben actief de leerlingen. Is een kind erg dromerig of juist druk? Dan spreekt hij hen aan op dit gedrag en probeert hij ze zover te krijgen dat ze dit gedrag ook bij zichzelf herkennen en benoemen.

‘Ook hou ik rekening met hun eigenheid. Sommige kinderen hebben meer beweging nodig om te kunnen leren, andere hebben tijd nodig voor ze iets durven te delen in de groep. Hoe beter je je leerlingen kent, hoe meer bewegingsvrijheid je ze kan geven. Die ruimte ziet er voor elk kind anders uit. En soms blijkt een duidelijke ‘nee’ het meest effectief.’

differentierende leerkracht tussenfoto2
differentierende leerkracht tussenfoto

De ene dag wel, de andere dag niet

Of differentiëren lukt, is niet enkel leerkrachtafhankelijk, maar scheelt bovendien per dag. Er zijn genoeg dagen dat Ruben niet aan differentiëren toekomt, omdat er kind zich niet lekker voelde of omdat er ruzie ontstond. En op zulke dagen moet je als leerkracht ook dealen met de verschillende karakters van de kinderen.

‘Het ene kind is onaanspreekbaar bij ruzie, voor een ander kind is het belangrijk dat een ruzie zo snel mogelijk uitgepraat wordt. Die verschillen mogen er zijn en daar moet je oog voor hebben.’

Kleine groepen en combiklassen

Amsterdam heeft last heeft van leegloop door het gebrek aan betaalbare woningen. Ook in KC De Kinkerbuurt werden de klassen sinds de coronajaren kleiner. Terwijl Ruben voordien lesgaf aan groepen van minstens 25 kinderen, heeft hij nu zo’n 22 leerlingen in zijn klas. Dat maakt differentiëren om verschillende redenen een stuk makkelijker. Zo is de sfeer in een kleine groep rustiger: er is meer ruimte in het klaslokaal en ook Ruben voelt meer ruimte om de kinderen beter te leren kennen. Om die reden ziet Ruben ook de voordelen van combiklassen, waarin je als leerkracht de kinderen twee jaar volgt. Al vraagt een combiklas nog meer van de planningsvaardigheden en het klasmanagement van de leerkracht.

‘Als leerkracht kom je in een kleine groep sneller tot de kinderen die iets extra’s nodig hebben. Ik had dit schooljaar extra werkplekken in het lokaal. Kinderen hebben nauwelijks op de gang gewerkt.’

Maatwerk op niveau

In de dagelijkse, veeleisende realiteit van het klaslokaal merkt Ruben dat differentiëren vooral gaat over op maatwerk op niveau aanbieden. In zijn school wordt het digitale en adaptieve leerplatform Snappet ingezet voor rekenonderwijs, spelling en het onder de knie krijgen van een aantal taal- en studievaardigheden. Dat maakt het makkelijk om de leerstof te compacten en verdiepen, of juist even de basis van vorig jaar te herhalen. Een goed digitaal platform maakt volgens Ruben de leerkracht zelf niet overbodig, maar het helpt wel enorm bij differentiatie.

‘Daarnaast kan je rond projecten van 6 tot 8 weken een rijk aanbod van taal, onderzoek, verdieping en ondersteuning bouwen. Differentiëren kan op zoveel manieren. Bij spreekbeurten vragen wij de klasgenoten een samenvatting schrijven in hun eigen woorden. Zo’n opdracht is een schat aan informatie voor de leerkracht. Het ene kind schrijft een overzichtelijk A4-tje en kan ik vragen om synoniemen te zoeken voor veelgebruikte signaalwoorden. Een ander kind heeft nog hulp nodig bij de basisstructuur en een heldere indeling in kopjes.’

differentierende leerkracht tussenfoto4

Samenleven met anderen én spiegelen

Inclusief onderwijs gaat voor Ruben om de basisgedachte dat iedereen erbij hoort, met een andere achtergrond, talenten en gebreken. Inclusie gaat over tonen wat er allemaal mogelijk is en tonen dat we ook met al onze verschillen fijn kunnen samenleven. Daarom doet een inclusieve school meer dan differentiërend onderwijzen, deze school staat ook volop in de diverse samenleving. Op zijn school trekt het kerstkoor van groep 8 naar het bejaardentehuis. Tijdens de ‘heilige huisjes-tocht’ gaat groep 7 op bezoek bij de moskee, de synagoge en de kerk in de buurt. Bij het project rond seksualiteit worden mensen van het COC op school uitgenodigd – het COC behartigt de belangen van LHBTI+-mensen. 

‘Inclusie is het streven, maar het is belangrijk om realistisch te blijven. Kinderen hebben ook leeftijdsgenoten nodig aan wie ze zich kunnen spiegelen en er zijn grenzen aan wat we waar kunnen maken. Bij inclusief onderwijs hoort naast openheid ook realisme.’

Bouwen op ervaring en houden van herhaling

Rubens basishouding is dat iedereen welkom is in zijn klas en dat hij bij elk kind probeert om het beste eruit te halen. Maar tegelijkertijd waarschuwt hij ook voor te hoge verwachtingen, naar zichzelf als leerkracht en naar de kinderen. Een leerkracht moet een duizendpoot zijn om te differentiëren en moet weten waar de grenzen liggen van het kind en het systeem.

‘De meetlat die we gebruiken is leerkrachtafhankelijk. Ik ben tot veel bereid. Met ervaring groeit mijn inschattingsvermogen. Maar als ik een jongen in mijn klas heb die nog steeds leest op groep 3-niveau en aansluiting mist met klasgenoten, dan ben ik niet de beste persoon om hem te onderwijzen, als ik ook aan twintig andere kinderen uit groep 7/8 maatwerk moet bieden. Het is ook in het belang van het kind dat we ons uiterste best doen, maar wel binnen bepaalde grenzen.’

Dit artikel delen

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Legenda

Donkergroen:
loopt goed

Lichtgroen: 
aan het opstarten of wordt met partners uitgebreid

Geel:
moet nog worden opgestart