Opbrengsten van inclusief onderwijs voor leerlingen onderzocht

Samen naar school: met of zonder ondersteuningsbehoefte

Centraal in inclusief onderwijs staat het inclusie-principe. Kinderen met en zonder ondersteuningsbehoefte gaan met elkaar naar school en leren samen van elkaar. Zoveel mogelijk op een reguliere school in de eigen wijk. Vanuit het inclusie-principe leggen we kinderen geen standaardlat op. Juist de verschillen tussen kinderen zijn het uitgangspunt waar we het onderwijs en de ondersteuning om heen organiseren. In Amsterdam en Diemen zijn er steeds meer scholen die aan de slag gaan met inclusief onderwijs. Maar wat is nou de toegevoegde waarde ervan voor leerlingen? In dit artikel lees je een samenvatting van wat onderzoeken hierover zeggen.

Sociale ontwikkeling

Inclusief onderwijs leidt tot positieve opbrengsten op sociaal vlak1. Uit onderzoek blijkt dat kinderen met ondersteuningsbehoeften op een inclusieve reguliere school een grotere en meer diverse vriendenkring hebben dan in het gespecialiseerd onderwijs. Zo komen ze in aanmerking met kinderen van allerlei achtergronden, met en zonder ondersteuningsbehoeften. In het gespecialiseerd onderwijs zijn kinderen vaker bevriend met kinderen die ook een ondersteuningsbehoefte hebben. Deze vriendschappen zijn lastiger te onderhouden omdat vrienden vaak niet in de buurt wonen en er soms lang gereisd moet worden naar gespecialiseerd onderwijs en kinderen dan weinig tijd en energie over houden voor vrienden2.

Kinderen ontwikkelen in een inclusieve klas over het algemeen meer acceptatie van kinderen met ondersteuningsbehoeften. Zo blijkt uit een analyse waarin 36 internationale studies zijn meegenomen3. Diversiteit is meer vanzelfsprekend. Deze acceptatie van diversiteit laten kinderen zowel op school als daarbuiten zien. Kinderen leren beter met klasgenoten met ondersteuningsbehoeften te communiceren en weten beter hoe ze hen kunnen helpen wanneer dat nodig is.

Er zijn ook onderzoeken die keken naar sociaal gedrag, werkhouding en zelfvertrouwen en geen verschil zagen tussen kinderen met ondersteuningsbehoeften in inclusief onderwijs dan wel gespecialiseerd onderwijs4.

Er zijn wel indicaties dat kinderen met leerachterstanden in het gespecialiseerd onderwijs een beter zelfbeeld hebben dan vergelijkbare kinderen in het regulier onderwijs5. Dit verklaren de onderzoekers doordat in het gespecialiseerd onderwijs het tempo en de verwachtingen lager liggen en de kans om te falen kleiner is. Ook kan het zijn dat kinderen in het regulier onderwijs zich vergelijken met klasgenoten zonder ondersteuningsbehoeften die betere prestaties halen, wat negatief is voor hun zelfvertrouwen.

Competenties

Er zijn studies die laten zien dat kinderen die in het regulier onderwijs blijven hogere onderwijsresultaten behalen dan vergelijkbare kinderen in het gespecialiseerd onderwijs6. Dit gaat niet alleen op voor kinderen met ondersteuningsbehoeften, ook leerlingen zonder extra behoeften zouden profiteren7. Een Nederlands onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat leerlingen met leer- en/of gedragsproblemen in het sbo zich minder gunstig ontwikkelen op taal en rekenen dan vergelijkbare leerlingen die in het regulier onderwijs blijven8. Een ander Nederlands onderzoek laat zien dat leerlingen in het speciaal onderwijs (cluster 4) lagere scores hebben op lezen, spelling en rekenen-wiskunde dan vergelijkbare leerlingen in het regulier onderwijs9.

Een Noors onderzoek laat zien dat Noorse leerlingen met leer en/of psychosociale problemen ook later in hun loopbaan profijt hadden aan inclusief onderwijs. Deze kinderen hebben meer kans een diploma te behalen, door te stromen naar hoger onderwijs en op de arbeidsmarkt een beroep uit te oefenen dan vergelijkbare leerlingen uit het speciaal onderwijs10. Dit onderzoek is alleen in Noorwegen gedaan, dus we weten niet of dit ook geldt voor andere landen.

Stelling: ‘De positieve opbrengsten van inclusief onderwijs voor leerlingen zijn 10x zo groot als de nadelen’

Wat vindt jij van deze stelling?

Vroege versus late verwijzing

Het idee dat vroege verwijzing voor leerlingen beter is omdat ze dan nog lichtere problematiek zouden hebben – en de aanpak hiervan beter mogelijk zou zijn – is in de evaluatie passend onderwijs11 niet bevestigd. Er blijkt geen verband te zijn tussen een latere verwijzing en zwaardere problematiek. Leerkrachten in het sbo beoordelen gedrag en werkhouding van leerlingen met een late verwijzing gunstiger dan leerlingen met een vroege verwijzing. Ook krijgen leerlingen die later naar het so zijn verwezen ‘hogere’ adviezen voor vervolgonderwijs dan leerlingen die vroeger zijn verwezen.

Samenvattend

Samenvattend laat onderzoek veel positieve opbrengsten zien van inclusief onderwijs, zowel voor kinderen met als zonder ondersteuningsbehoeften. De positieve opbrengsten zitten vooral op het hebben van meer en diversere vriendschappen, meer acceptatie van diversiteit en het halen van hogere onderwijsresultaten op rekenen en taal. Wel lijken kinderen met ondersteuningsbehoeften in het regulier onderwijs een negatiever zelfbeeld te hebben dan vergelijkbare kinderen in het gespecialiseerd onderwijs. Met deze kennis kunnen we hier binnen inclusief onderwijs meer aandacht aan besteden. Naar de lange termijn opbrengsten van inclusief onderwijs, bijvoorbeeld of leerlingen binnen het inclusief onderwijs dan ook betere kansen in de vervolgstudie en op de arbeidsmarkt hebben, moet nog meer onderzoek naar gedaan worden.

boeken rechts

Geschreven door:
Marjolein Bomhof
(Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Amsterdam Diemen)

Benieuwd naar het achterliggende onderzoek?

Wil je graag weten waar bovenstaand artikel op is gebaseerd?​

Of duik je graag dieper in de materie? 

Dit artikel delen

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Legenda

Donkergroen:
loopt goed

Lichtgroen: 
aan het opstarten of wordt met partners uitgebreid

Geel:
moet nog worden opgestart