Wetenschap over inclusief onderwijs | inclusief lesgeven: eerst overtuigd zijn of zelfvertrouwen hebben?

Moeten leerkrachten eerst overtuigd zijn dat inclusief onderwijs de juiste manier van lesgeven is, voordat ze het beginnen te implementeren — of moeten de leerkrachten eerst onderwijs (kunnen) geven in een inclusieve klas voordat ze overtuigd raken van de waarde van inclusief onderwijs?

Op het eerste gezicht lijkt dit een kip-en-ei-vraag. Maar het is veel meer dan dat. Dit is dé vraag om te begrijpen hoe we leerkrachten kunnen helpen groeien én gemotiveerd te blijven op de route naar inclusief onderwijs.

“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”

Houding ten opzichte van inclusief onderwijs of zelfeffectiviteit voor inclusief onderwijs: wat is het verschil?

Laten we beginnen met twee belangrijke begrippen: houding ten opzichte van inclusief onderwijs en opvattingen over zelfeffectiviteit.

  • Houding verwijst naar hoe positief of negatief iemand een bepaald idee beoordeelt — in dit geval inclusief onderwijs. Een leerkracht met een positieve houding tegenover IO is overtuigd dat het waardevol is en de moeite waard om na te streven.
  • Zelfeffectiviteit gaat daarentegen over vertrouwen in eigen handelen. Het is overtuiging van een leerkracht dat hij of zij persoonlijk succesvol kan zijn in het lesgeven in een inclusieve klas.

Onderzoekers beschouwden de houding van leerkrachten ten opzichte van inclusief onderwijs lange tijd als de grootste barrière voor de invoering van inclusief onderwijs. De gedachte hierbij was dat als leerkrachten niet overtuigd zijn van inclusief onderwijs, ze ook de stappen niet zetten om het toe te passen.

Maar uit meerdere studies blijkt dat een positieve houding en een hoge zelfeffectiviteit sterk samenhangen — leerkrachten met een positievere houding hebben vaak ook een hoger gevoel van zelfeffectiviteit, en omgekeerd (Yada et al., 2022). En beide factoren zijn verbonden met het daadwerkelijk toepassen van inclusief onderwijs.

Wat komt dan eerst?

Er is weinig onderzoek dat ons helpt deze vraag te beantwoorden. Wat we wel weten lijkt in lijn zijn met onderzoek naar hersenen.

Een studie die leerkrachten over een langere periode volgde (Savolainen et al., 2022) liet zien dat het hun oorspronkelijke gevoel van zelfeffectiviteit was — en niet hun houding — die voorspelde hoe overtuigd ze later waren van inclusief onderwijs. Het vertrouwen “Ik kan dit” kwam vóór “Dit is belangrijk.”

Een ander grootschalig overzichtsonderzoek (Dignath et al., 2022) — gebaseerd op meer dan 100 studies en meer dan 40.000 leerkrachten in 40 landen — bevestigde hetzelfde. Leerkrachten die training en praktische ervaring hadden opgedaan, waren zelfverzekerder in hun vermogen om inclusief les te geven, en daardoor meer overtuigd van inclusief onderwijs als waardevolle aanpak.

Leren door te doen (en niet alleen overtuigd zijn)

Onderzoek in de neurowetenschap toont aan dat mensen zelfeffectiviteit ontwikkelen door ervaring (Rouault & Fleming, 2020). Als we ergens in slagen, zelfs op kleine schaal, vormt dat ons beeld van wat we kunnen. Dat noemen we een meesterervaring. Dus de beroemde uitspraak van Pippi Langkous’— “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan” — weliswaar charmant, maar niet helemaal hoe (zelf)vertrouwen in de echte wereld werkt. Zelfvertrouwen groeit in kleine stappen, door oefening en successen.

De baanbrekende onderzoeken van Bandura (1997) wezen er al op dat meesterervaringen de krachtigste bron zijn van zelfeffectiviteit. Recente studies in inclusief onderwijs bevestigen dit ook: leerkrachten die praktische, positieve ervaringen opdoen in inclusieve klassen — ondersteund door training en feedback van collega’s — bouwen meer vertrouwen op. En dat versterkt op zijn beurt hun overtuiging van de waarde van inclusief onderwijs.

Wat betekent dit voor ondersteuning van leerkrachten op weg naar inclusief onderwijs?

Als we leerkrachten willen ondersteunen in hun ontwikkeling richting inclusief onderwijs, dan moeten we beginnen bij het opbouwen van hun vertrouwen — door hen veel (liefst dagelijkse) mogelijkheden te geven om succesvolle ervaringen op te doen in inclusief lesgeven.

Dat betekent:

  • Zinvolle trainingen aanbieden die aansluiten bij de praktijk.
  • Kansen creëren voor vroege successen, zoals co-teaching of gestructureerde collegiale ondersteuning.
  • Reflectie stimuleren in gesprekken met collega’s over die successen.
  • Een schoolcultuur ontwikkelen waarin positieve ervaringen en kleine successen regelmatig gedeeld worden.

 

Een eenvoudige startvraag voor een check-in gesprek met leerkrachten zou kunnen zijn:

“Wat is een positieve ervaring die je recent in je klas had? “Wat zegt dat over jou als leerkracht?”

Voor schoolleiders:

“Hoe creëer jij ruimte voor leerkrachten om hun inclusieve successen te herkennen en te delen?”

En voor beleidsmakers: de boodschap is minstens zo belangrijk. Inclusief onderwijs is geen project met een deadline. We moeten investeren in de langdurige ontwikkeling van leerkrachten — met nadruk op hun positieve ervaringen. Daarmee groeien de kansen op implementatie van inclusief onderwijs.

Bronnen

Op weg naar inclusiever onderwijs in Amsterdam en Diemen

Inclusief onderwijs kan op vele manieren worden vormgegeven binnen een school. De ene school zet in op extra ondersteuning in de klas, de andere vindt het belangrijk te investeren in intervisie en trainingen voor leerkrachten, weer een ander breekt de muren van de klaslokalen door om elk kind letterlijk de ruimte te geven om zich op zijn of haar manier te bewegen en ontwikkelen. Kortom, inclusief onderwijs kent niet één recept.

In deze toolbox delen we tools die de coachingsscholen in het ontwerptraject naar inclusiever onderwijs hebben gebruikt. Deze tools zijn ontwikkeld door Garage2020 en kunnen door elke school gebruikt worden die zelf wil starten met de zoektocht naar mogelijkheden om inclusief onderwijs vorm te geven op hun school.

Dit artikel delen

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Legenda

Donkergroen:
loopt goed

Lichtgroen: 
aan het opstarten of wordt met partners uitgebreid

Geel:
moet nog worden opgestart