Blog van IB’er Eric Lieverst
Elke dag zie ik het gebeuren op school: leerlingen die inhoudelijk prima meekomen, maar vastlopen op het proces. Ze weten wat ze moeten doen, alleen niet hoe, wanneer of waar te beginnen. Het resultaat? Frustratie, teleurstelling, demotivatie, ontwijking… welkom in de wereld van de executieve functies.
Hoe pak jij het aan als het niet meteen lukt?
Executieve functies zijn de regelfuncties van het brein: plannen, organiseren, werkgeheugen – vaardigheden die nodig zijn om tot leren te komen, maar die zelden vanzelf groeien. Daarom zijn we dit jaar in kleine groepen doelgericht met deze functies aan de slag gegaan. Waar je misschien zou starten in groep 6 of 7, wanneer de schoolse eisen toenemen en er meer eigenaarschap wordt verwacht, zijn wij in de volle breedte begonnen vanaf groep 3. Een beetje cold turkey, maar met vertrouwen in onze populatie en onder het mom van ‘pilot’. Dat geeft ruimte om te durven en te experimenteren – en dat is ook wat waard.
In kleine groepen ontstaat veiligheid. Leerlingen durven hardop te denken, te oefenen en fouten te maken. Misschien nog belangrijker: ze ontdekken dat ze niet de enige zijn bij wie het soms rommelt in het hoofd. We oefenen niet met losse trucjes, maar met herkenbare situaties: hoe pak je een werkstuk aan, wat doe je als je vastloopt, hoe blijf je werken als iets niet meteen lukt? Opvallend is hoe eerlijk leerlingen naar zichzelf durven kijken en dit ook delen in het bijzijn van anderen.
Spreekbeurt voorbereiden zonder paniek
Zo had een leerling uit groep 6 briljante ideeën voor een spreekbeurt, maar begon standaard te laat. “Ik doe altijd alles op het laatst.” In de kleine groep hebben we samen terug-gepland: eerst globaal, daarna steeds concreter. Met post-its, een tijdlijn en, heel realistisch, een gepland ‘paniekmoment’. Dat moment bleek ineens minder nodig. Het resultaat was niet alleen een mooie spreekbeurt, maar vooral het inzicht: ik kan dit zelf sturen. Misschien wel de grootste winst.
We zijn gestart met leerlingen uit de plusgroepen (een benaming die ik liever omzeil, maar dat is voor een andere keer). Deze leerlingen kunnen cognitief vaak meer aan, maar juist daar zien we uitdagingen in de executieve functies.
Aan kennis ontbreekt het niet; aan het omgaan ermee soms wel. Perfectionisme, faalangst, uitstelgedrag of het idee dat iets alleen telt als het in één keer lukt: door expliciet aandacht te besteden aan plannen, reflecteren en omgaan met uitdaging, leren deze leerlingen niet alleen sneller, maar vooral slimmer werken.
Executieve functies zijn trainbaar
Het mooie is: dit voelt niet als ‘extra zorg’, maar als verrijking. Complexere taken, meer vrijheid en dus ook meer verantwoordelijkheid vragen om vaardigheden als tijd verdelen, omgaan met feedback en doorzetten als iets niet meteen lukt.
Eigenlijk zouden we dit met iedere leerling moeten doen, minimaal twee keer per jaar. Niet omdat iedereen een probleem heeft, maar omdat executieve functies trainbaar zijn. Net als spierkracht: je gaat immers ook niet pas naar de sportschool als je niet meer kunt traplopen.
Door hier klassikaal én in kleine groepen aandacht aan te besteden, ontstaat een gemeenschappelijke taal. Leerlingen weten wat plannen is, dat vastlopen erbij hoort en dat je elkaar kunt helpen. En ja, soms neemt het brein liever een omweg via YouTube of de vakantie in Zuid-Frankrijk dan via het rekenboek. Ook dat is waardevolle informatie. Werken aan executieve functies kost tijd, maar levert zelfstandige, veerkrachtige leerlingen op. En leerlingen die weten waar hun gymtas is. Meestal dan.
Vraag; wat doen jullie op school om de executieve functies te versterken?
Eric Lieverst is opgeleid als Montessori-leerkracht en heeft jaren voor de klas gestaan, vanaf 2007 is hij IB’er.
Sinds 2022 werkt hij op de Cornelis Vrijschool in Amsterdam-Zuid; een Eenpitter die in 1898 werd opgericht door de onderwijsvernieuwer Cornelis Vrij. De vakken tekenen, handvaardigheid en lichamelijke opvoeding zijn de spil in het dagelijkse rooster van de school; ‘leren met hoofd, hart en handen’.