Blog van IB’er Eric Lieverst
Als intern begeleider denk ik vaak: ‘Wat is passend onderwijs eigenlijk waard als het niet gedragen wordt door iedereen die erbij betrokken is?’ Die vraag houdt me bezig in de casus van Daan (niet zijn echte naam en details in dit verhaal zijn aangepast vanwege privacy redenen).
Moeite met basisvaardigheden
Daan is een leerling in de middenbouw. Al bij de start van groep 3 bleek dat hij moeite had met de basisvaardigheden. Ondanks een voorspelbaar klassenklimaat, verlengde instructie, pre-teaching en ondersteuning van onze interne taalspecialist (iets wat ik iedereen kan aanraden) bleef lezen en rekenen een dagelijks strijd. Hij blokkeerde regelmatig, weigerde taken en kwam nauwelijks tot verwerking.
We startten direct met extra ondersteuning: dagelijkse verlengde instructie en aangepast werk op niveau. Toch bleek hij nauwelijks toetsbaar. Achteraf vroeg ik me af: ‘Hadden we groep 2 moeten verlengen?’ Na een uitgebreide interne bespreking werd duidelijk dat de kloof met de groep groter werd, ondanks alle inzet.
Stroeve gesprekken
De gesprekken met ouders verliepen stroef. Zij, en ook de externe therapeut, zagen hoe het met Daan ging als een fase. Doubleren in groep 3? Absoluut niet nodig vonden zij. Maar wij hielden voet bij stuk: overgaan was niet verantwoord.
In het volgende jaar kwamen nieuwe vragen: is er sprake van een vertraagde ontwikkeling, een taalstoornis of dyslexie? Ik stelde een OPP op met realistische leerlijnen. Ouders vonden het ‘gedoe om niets’. Het was echter duidelijk dat Daan het tempo van het reguliere onderwijs niet kon bijbenen. Hij had een setting nodig met meer herhaling, praktische opdrachten en ruimte voor succeservaringen. Ik kwam tot de conclusie dat we handelingsverlegen waren.
'Ik probeerde te verbinden’
Toen ouders ook een vervolgonderzoek en een verwijzing naar speciaal (basis)onderwijs weigerden, liep ik vast. Volgens hen was Daan ‘gewoon een normale jongen die wat meer tijd nodig heeft’. Gesprekken werden gevoelig en liepen soms uit op emotie. Ik probeerde te luisteren, begrip te tonen en te verbinden, maar ook eerlijk te blijven over wat we dagelijks zagen.
Uiteindelijk heb ik het Samenwerkingsverband ingeschakeld. Na een multidisciplinair overleg stemden ouders (na ruim twee jaar) eindelijk in met een breed onderzoek. Ze erkenden dat Daan wellicht iets anders nodig heeft. Zo kunnen we nu samen onderzoeken wat hij écht nodig heeft om zich te ontwikkelen.
Deze casus raakt me, omdat ik voel hoe groot de kloof kan zijn tussen wat ik als school signaleer en wat ouders hopen. Het is een dagelijkse puzzel om onderwijs te bieden dat past, terwijl niet alle informatie op tafel ligt. Soms betekent passend onderwijs ook erkennen dat je moet loslaten en roeien met de riemen die je hebt.
Daan lijkt er zelf weinig van te merken. Hij doet zijn best, speelt met vriendjes en voelt zich veilig. Toch weet ik dat we hem tekortdoen als we doen alsof het goedkomt.
Blijf in gesprek met de ouders
Wat ik uit deze casus leer: blijf in gesprek met ouders, ook als het lang en stroperig is. Ze hoeven het niet meteen eens te zijn, maar moeten voelen dat we samen zoeken naar wat hun kind nodig heeft. Betrek het Samenwerkingsverband op tijd. Niet pas als het vastloopt, maar zodra de zorg complex wordt.
Eric Lieverst is opgeleid als Montessori-leerkracht en heeft jaren voor de klas gestaan, vanaf 2007 is hij IB’er.
Sinds 2022 werkt hij op de Cornelis Vrijschool in Amsterdam-Zuid; een Eenpitter die in 1898 werd opgericht door de onderwijsvernieuwer Cornelis Vrij. De vakken tekenen, handvaardigheid en lichamelijke opvoeding zijn de spil in het dagelijkse rooster van de school; ‘leren met hoofd, hart en handen’.